Graduation blog Rowan Groes

Hi! My name is Rowan Groes and in the upcoming months I will be working on my graduation project for my studie Interactive Performance Design at the HKU Theatre, Utrecht. I am going to be researching and testing different kinds of elements to create a research document and experience. For now, most of the text will be in Dutch since that is my native language. But I will be slowly working on a translation for the non dutch readers.

 

Expositie | Coming soon!

 

Conclusie/Slotwoord | Het hoge woord is eruit. Ik mag volgend jaar niet meer terug komen bij IPD, want ik ben geslaagd! Voor een kop koffie ben ik natuurlijk altijd welkom, maar met dit geslaagde examen heb ik aan mijn verplichtingen voor de opleiding voldaan. Mijn eindpresentatie ging oké en de coaches waren op een paar punten na zeer positief. Zo werd ik geprezen op mijn consistentie, harde werk en wil om telkens nieuwe dingen te ontdekken, maar kreeg ook wat verbeterpunten als feedback. Zo presenteerde ik mijn werk te casual, waarmee het leek alsof dat waar ik aan gewerkt had de afgelopen maanden een en al toeval, op toeval, op toeval was. Ook had ik als ontwerper meer tijd moeten besteden aan het door ontwerpen van mijn product. Enkele onderdelen in de installatie werken matig en hadden nog verder ontwikkeld kunnen worden. In mijn verhaal had ik meer tijd kunnen besteden aan de volgorde waarin het publiek mijn ruimtes moet ervaren, zo is mijn onderzoeksruimte zeer sterk en biedt een grote toegevoegde waarde op de ervaring van mijn installatie, maar wordt deze nu een beetje als erbij gepresenteerd.

Op een kleine aanpassing in de installatie; namelijk het vastzetten van de klaptafel om verschuiven te voorkomen en het vertalen van mijn onderzoeksdocument na, is mijn installatie en onderzoeksruimte klaar voor de expo. Ik ben benieuwd naar de reacties en hoop dat vele mensen lekker kunnen spelen in mijn muzikale speeltuin.

Na de expo wordt de installatie afgebouwd en gaan de verschillende elementen van de installatie de vuilcontainer in, naar de werkplaats op HKU Theater of worden hergebruikt in andere projecten. Het concept van de ervaring wordt op een plankje ergens in mijn hoofd geparkeerd om hopelijk later weer opgepakt te worden. Voor nu heb ik namelijk andere dingen aan mijn hoofd zoals het doen van een toelating voor mijn vervolgstudie, versturen van sollicitatiebrieven en mijn productiestage op het Oerol festival.

Ik kijk terug op een project waarin ik mijzelf muzikaal verder heb kunnen ontwikkelen, heb geleerd welke manier van werken niet bij mij past, wat mij inspireert, waar ik gelukkig van wordt en waarin ik de komende jaren mij verder wil ontwikkelen. Ik hoop op een dag een project als deze te mogen oppakken en samen met een groep mensen een soort gelijke vorm te mogen bouwen, maar dan groter, beter, muzikale en op een openbare buiten locatie.

Maar voor nu nog een expositie overleven en daarna uitkijken naar een toekomst met een IPD diploma op zak.

 

20190526 |  It’s the final countdown! Morgen is het zo ver; het examen. De installatie staat, de onderzoeksruimte is ingericht en de laatste stukjes tekst en edits worden langzaam één voor één afgevinkt. Ik heb de ruimtes ingedeeld in vorm, beeld, tekst en audio. De vorm is te vinden in de grote ruimte met de installatie. De bezoeker kan hier aan de slag met de houten muzikale speeltuin en ontdekken welke bewegingen en geluiden er allemaal mogelijk zijn.

Het beeld is te vinden in de vorm van een collage van de verschillende documentatie foto’s van de afgelopen maanden. Hoewel de foto’s vrij random zijn op gehangen zit er wel een bepaalde logica in, namelijk van oud naar nieuw, van boven naar beneden. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om toch een grote wand te bouwen in de onderzoeksruimte, maar in plaats van deze wand voor het keukentje te zetten heb ik ervoor gekozen om de bestaande wand met wc deur af te dekken. Hierdoor verlies ik geen ruimte, maar heb ik toch in stijl mijn documentatie een plekje kunnen geven.

Het tekstuele deel in de onderzoeksruimte bestaat uit een samenvatting van de afgelopen periode op twee A4tjes, zowel in het Nederlands als in het Engels. De Engelse tekst is voor het examen nog in dummy vorm, maar voor de expo wordt deze netjes uitgeschreven. Ook zijn de materialen en de gereedschappen die de afgelopen periode zijn gebruikt zichtbaar. Hiermee wil ik verwijzen naar de werkwijze die ik heb gehanteerd de afgelopen periode en laten zien dat het project wat er nu staat niet perse de ultieme versie is. Er kan namelijk altijd nog een houtje, schroefje of stukje touw bij.

Aangezien ik de afgelopen maanden ontzettend veel video en audio opnames heb gemaakt wilde ik deze ook een plekje geven. Echter deze simpelweg afspelen vond ik niet echt een optie dus heb ik een edit gemaakt waarbij de geluiden van de afgelopen maanden zijn samengevoegd in een compilatie, waarbij er gespeeld wordt met compositie en ritme. Door de meerdere schermen is er de mogelijkheid de gelaagdheid in de compositie zowel auditief als visueel te ervaren. Voor het goed kunnen zien van de video moet er wel op deze blog gezocht worden, want de edit is ontworpen vanuit een auditief perspectief en gaan daarom visueel erg snel. De link naar deze edit volgt binnenkort!

 

20190522 |  Niet alle materialen die ik had op blauwkapel hadden al een functie. Sommige stukken hout stonden puur voor opvulling in de installatie en anderen waren nog niet eens aangeraakt. Ook heb ik gekeken naar de lichtsituatie in de ruimte aangezien een deel van de expo rond zonsondergang zal plaatsvinden.

De afgelopen dagen heb ik gekeken naar hoe ik de ruimte zo kon vullen dat alles wat er in staat daar bewust staat en een functie heeft. Het geheel moet een eenheid zijn en is van nature al iet wat chaotisch, nog meer ruis zorgt alleen maar voor verwarring. Zo heb ik onder anderen de trussen uit de installaties gehaald. De trussen die ik nu in de ruimte had gezet diende eigenlijk alleen als verhoger. Echter gaf alleen de hoogste truss hiermee een gewenst effect. Na vele weken heb ik dus afstand van ze gedaan omdat ze niet perse functioneel waren en afbreuk doen aan de stijl als ze solo in de installatie staan. Mogelijk kan ik ze nog inzetten in mijn onderzoeksruimte.

De eerste opzetjes voor de onderzoeksruimte zijn ook gemaakt. Het keukentje in deze ruimte wil ik soort van weg bouwen. Ik wil niet een hele nieuwe wand timmeren, want daarmee verklein ik de ruimte teveel en ziet het er te gelikt uit. Het moet in stijl blijven met de installatie in de ruimte ernaast. De werktafel die ik heb gebouwd laat ik staan en ga ik gebruiken voor de computers waarop ik mijn audio edit wil laten afspelen. In deze ruimte komt ook nog mijn onderzoek in tekst en foto’s van het proces.

 

20190518 |  Al mijn spullen zijn vanaf fort blauwkapel naar het voormalig Pieter baan centrum gebracht en staan opgesteld voor mijn exporuimte zodat ik deze één voor één een plekje kan geven in de ruimte. Aangezien de ruimte totaal anders is dan de vorige wil ik niet meteen alles al volbouwen maar rustig testen welke al bestaande elementen wel werken en welke nog aangepast moeten worden.

Aangezien deze ruimte geen bestaand ophangsysteem heeft heb ik als eerste een vierpotige constructie in de ruimte gebouwd. De vurenbalken staan in een niet perfect vierkant en steken uit bij de uiteinden omdat zowel de ruimte als mijn installatie niet perfect vierkant en recht zijn. De constructie moest onderdeel worden van de installatie.

De belangrijkste vraag op dit moment is wat komt waar en hoe vul ik de ruimte. Waar gaat het publiek straks lopen en vanaf welke kanten mag het publiek naar de installatie kijken en deze aanraken? Ook is het passen en meten geblazen aangezien sommige elementen opeens veel meer of juist veel ruimte innemen dan voorheen.

 

20190510 |  Deze week ben ik verder gegaan met het ontwikkelen van verschillende ‘instrumenten’ binnen de installatie en heb ik mij bezig gehouden met de volgende vraagstukken; Wat heeft welke betekenis? Staat het er met een reden? Wie mag de installatie aanraken en wanneer?

Ik heb met een GoPro camera enkele test beelden geschoten, zodat ik tijdens de opbouw opnames kan maken.

Daarnaast ben ik aan de slag gegaan met verschillende microfoon zoals de Shure SM57, Rode NTG/1NTG2 richtmicrofoon en twee verschillende contactmicrofoon. Tijdens het testen met deze microfoon kwam ik er achter dat slechts het geluid versterker in de installatie niet genoeg is om van toegevoegde waarde te zijn. Er moet een bepaalde vervorming in zitten om bij te dragen aan de ervaring. Iets wat wel het geval is met de contactmicrofoons. Naast het inzetten van dit laatste is het een idee om te gaan testen met loopstations om zo live geluiden te kunnen remixen in plaats van achteraf op de computer. Ook heb enkele audioopnames van de installatie door middel van binaural oortjes aangesloten op een recorder. Waardoor ik in staat was om de installatie vanuit het midden ervan te horen in plaats van locaal bij het object wat ik op dat moment aan het bewegen ben. Dit geeft weer een andere dimensie aan de plaatsing van een toeschouwer.

Gelieve een koptelefoon te dragen wanneer de opname wordt beluisterd.

Tot slot was het deze week tijd om de installatie te demonteren en alle spullen klaar te maken voor het transport naar de expolocatie begin komende week. Hoewel het bouwen van het geheel weken heeft gekost, was de gehele installatie binnen enkele minuten volledig naar benenden.

 

20190503 |  De afgelopen dagen heb ik mij gefocust op het uitbreiden van de mechanieken en geluiden. Zo ben ik eindelijk begonnen aan mijn lattenbodem piano mechanisme. Hierbij heb ik een contactmicrofoon gebruikt om het geluid van impact te versterken. Door sommige latten te voorzien van een trekveer en deze bij de ene lat strakker te spannen bij de ander ben ik in staat om hiermee de toon die de lat maakt te variëren. Het geheel is nog niet erg stabiel en nog niet alle latten zijn gemonteerd, maar begin is er.

Ik heb vier houten ronde platen afkomstig van touwhaspels, maar had tot nu toe er nog niet mee geëxperimenteerd. Door hun ronde vorm zijn ze handig voor het maken van draaibewegingen. Eén van de ideeën die ik hiervoor had was om het in te zetten als soort draaischijf waarop andere objecten kunnen plaatsnemen. Hiervoor heb ik nog geen juiste as gevonden, maar de ijzeren staaf die ik voor handen had dient wel als een goed handvat voor een stuurachtig mechanisme.

Ik wilde naast mechanismen voor de handen ook een mechanisme hebben die met de voeten bestuurd kan worden. Een simpel pendaal idee hiervoor brengt mij al dicht bij wat ik voor ogen heb. Door de platen op verschillende afstanden van de draaias te leggen verander ik de klank. Misschien is het veranderen van de ondergrond een volgende stap.

Soms kom je interessante geluiden tegen wanneer je met een object in je handen hebt en er uit verveling mee gaat spelen. Naast alle zware en laag klinkende klanken van het hout, is metaal een goede hoge en lichte klank om te kunnen toevoegen in het geheel.

Terwijl ik nadacht over hoe ik het geheel tijdens de expo ga presenteerde kwam ik tot de volgende conclusie; Hoewel het geheel stukje bij beetje langzaam vorm begint te krijgen ben ik niet tevreden met de algemene look and feel. Langere tijd gedurende dit proces had het object wat ik zou gaan maken een gelikte, afgewerkte, perfecte, precieze vakmanschap uiterlijk en mechanisme. Gezien de tijd, budget, kennis, werkruimte en gebruikte materialen was dit er nu op terugkijkend een bijna onmogelijke taak op deze schaal. Echter betekend dit niet dat het project gefaald is. Ik ben dit afstudeertraject gestart met het idee dat ik iets zou gaan bouwen, iets groots, iets wat ik niet van tevoren volledig kon uitdenken en misschien zou het auditieve elementen hebben. Als we met deze kennis de huidige staat van mijn project gaan observeren dan zit dit object niet ver naast de visie.

Komende periode ga ik mij focussen op het verder ontwikkelen van mechanismen die geluid maken en deze zo goed mogelijk integreren in de installatie. Alle objecten moeten zo gemonteerd zijn dat ze veilig zijn om mee te kunnen exposeren en eventueel interacteren. Vallende constructies omdat iemand te hard met een deur slaat kan niet. Daarnaast wil ik al mijn beeld en geluid materiaal bundelen tot een video (bekijk de video gebruikt tijdens de groenlicht presentatie voor referentie) waarin duidelijk wordt hoe al het verzamelde materiaal met elkaar zou kunnen klinken als het in één ervaring gebundeld was. Deze presenteer ik bij mijn onderzoek.

Toen ik ging reflecteren op mijn project en waarom ik niet meer tevreden mee leek te zijn ben ik ga kijken naar waar mijn inspiratie en drive vandaan komt.  Hierbij denk ik dan aan de Marble Machine door Wintergatan waarbij de maker in eerste instantie twee maanden plande om het geheel te bouwen en er vervolgens zestien maanden mee bezig was. En momenteel zelfs werkt aan een 2.0 versie. Los daarvan heeft de maker ook veel ervaring en kennis op gebied van het maken van een muzikale compositie. Een gebied waarin ik nog fris en beginnend ben.

Om het geheel visueel kloppend te presenteren heb ik nu het idee om, geïnspireerd op de afkomst van de meeste materialen en het lopende thema binnen dit project namelijk; constructie en bouwen in de steigers/hijskranen, de installatie in een bouwplaats setting te plaatsen. Misschien een afdekzeil als vloer (oranje, blauw, groen of rood), een werkoveral voor mijzelf om te dragen tijdens de expo, gereedschappen ter decoratie en voor reparatie of toevoegen van kleine elementen tijdens de expo en bouwlampen om het geheel uit te lichten.

Betreft het auditieve onderdeel van het project. De installatie zal enkele speakers en microfoons hebben om bepaalde geluiden van de mechanismen te versterken. Mogelijk wordt er over deze speakers ook een basis beat afgespeeld waardoor de drempel voor te verrichte handelingen om het mechanisme is werking te zetten wordt verlaagd.

 

20190426 | Tijdens het vervoeren van enkele nieuwe stukken hout naar het atelier attendeerde iemand mij erop dat de oranje spanbanden die ik gebruikte om het hout bij elkaar te houden op de fiets een mooi contrast veroorzaakte. Na een latere eigen blik kan ik mij wel vinden in deze observatie. De felle oranje kleur steekt goed af met het natuurlijke, iets wat oude/viezige karakter van het hout.

Ik zit al een tijdje met de vraag of ik de huidige constructie van mijn installatie nog moet verven. Of in ieder geval moet onderzoeken hoe ik een eenheid kan creëren. Mogelijk zou het touw wat ik gebruik allemaal een en dezelfde felle kleur kunnen zijn of bepaalde onderdelen van de installatie die belangrijk zijn geverfd of gebeitst. Momenteel zijn alle touwen in de installatie zwart of net niet wit aangezien dit was wat ik voor handen had en vrij neutraal is. Kleuren die eventueel het accent kunnen bieden zijn oranje, lime groen en rood. Geel was ook een tijdje een optie, maar deze kleur valt waarschijnlijk in het niets tussen al het hout. De kleur blauw wekt bij mij niet heel veel spanning op in deze situatie dus valt waarschijnlijk ook af.

Aangezien de deadline voor de technieklijst om de hoek komt kijken heb ik ook wat geëxperimenteerd met mijn ideeën om bepaalde geluiden van de installatie te versterken. In de eerste testen heb ik dit gedaan met contact microfoons. De fruitkratten waren zeer geschikt voor de testen waarbij ik met mijn handen contact maakte met het hout, aangezien ze de trilling goed doorgaven aan de microfoon. Bij de pallets, hangende balken en het steigerhout was dit helaas minder succesvol.

De microfoon bevestigen aan één van de bewegende onderdelen om het geluid te versterken had wel effect, maar deze was minder interessant dan dat ik had gehoopt. Deze opstelling wil ik nog verder onderzoeken met eventueel meer speakers om het geluid verspreider te kunnen afspelen in tegenstelling tot de nu één mono speaker setup.

 

20190422 | Omdat het geheel er nu nog vrij ‘lullig’ (lees synoniemen; kaal, amateuristisch, net niet) uit ziet heb ik in een middag de ruimte geprobeerd te vullen en het bijbehorende mechanisme even voor lief gelaten. Ik merk dat door toevoegen van elementen het steeds meer een samenhangend geheel wordt, waardoor het er ook meer uit gaat zien als een ‘ding’ (lees; installatie, object, kunst) in plaats van random aan elkaar geschroefde objecten.

Hoewel het belangrijkste element, namelijk mechaniek dus nu nog wat liefde verdiend begin ik nu wel steeds meer het beeld wat ik in mijn hoofd had voor ogen te zien. Ook kan ik kijken hoe ik de vormen kan bewegen in plaats van beweging te vormen. Waarbij dit tweede een oneindige hoeveelheid mogelijkheden biedt.

 

20190419 | We hebben de expolocatie bezocht en er is een voorlopige indeling gemaakt voor wie, waar waarschijnlijk gaat exposeren. Mijn eisen voor de ruimte waren vrij simpel; een grote ruimte en een plek waar veel geluid gemaakt kan worden zonder de rest van de expositie te veel verstoren. Ook heb ik geluisterd naar de akoestiek binnen verschillende ruimte op zo te kijken wel ruimtes meteen afvallen. Hieronder een foto van de ruimte waar ik waarschijnlijk ga exposeren. De ruimte is iets meer dan 5x5m, waarvan één zijde schijn afloopt. De ruimte heeft twee deuren, grote raampartijen en een zij ruimte waar ik mogelijkheden zie om mijn onderzoek te presenteren.

Met deze ruimte in gedachte heb ik gekeken naar hoe groot mijn huidige houten opstelling is en hoe deze de ruimte in zou nemen. Eén van de dingen die mij vrijwel meteen opviel was dat de ruimte op de expolocatie vrij laag is (2,4m). Hoewel de hoogte voor de installatie nog niet vaststaat zie ik het voor mij dat deze hoger wordt dan 2,4m. Voor het exposeren op de expositie moet ik dan een systeem bedenken waardoor ik de installatie kan inkorten (denk modulair systeem).

Tot slot ben ik nu aan het kijken hoe ik de verschillende stukken hout die ik her en der heb verzameld kan inzetten. Ik vind vooral de ronde schijven op de foto hierboven zeer interessant omdat ze niet alleen draaiende bewegingen stimuleren, maar ook een recht, glad oppervlakte hebben met gaten waar touwen makkelijk doorheen getrokken kunnen worden. Dit kan ik eventueel gebruiken als duidelijke interactie code.

 

20190416 | Beetje bij beetje vind ik overal en nergens stukken hout en andere materialen die ik kan gebruiken in de installatie. Het plaatsen van de verschillende stukken voelt nog erg random. Ik begin steeds meer warm te lopen voor het idee van ‘afval’ materialen verzamelen en kijken hoe ik deze op andere manieren in kan zetten in plaats van alleen maar zoeken naar ‘muzikale systemen’.

20190412 | Het langverwachte moment is dan eindelijk daar; de Groenlicht Presentatie. Het moment waarop je officieel te horen krijgt of je op de goede weg bent voor het eindexamen. Tijdens mijn presentatie heb ik het publiek meegenomen in mijn proces en de verschillende manieren waarop ik tot nu toe met samenspel heb geëxperimenteerd. Hierbij zijn menselijke handelingen, mechanieken en muziek een belangrijk terugkerend component.

 

20190408 | Na een gesprek met mijn begeleider wordt mijn plan steeds duidelijker. De installatie die ik ga bouwen wordt muzikaal. Door aan verschillende touwen of andere knoppen en hendels te trekken kan de deelnemer het mechanisme in werking zetten waardoor het geluid maakt. Met mechanisme is opgebouwd uit verschillende stukken hout, scharnieren, schroeven bouten, pallets noem het maar op. In het gesprek kwam het gebruik van oude fietsen, olievaten en andere objecten naar boven als een soort verzameling van alle spullen die je maar kan vinden. Denk hierbij aan het werk van Sarah Sze. Een grote hoeveelheid van ‘afval’ wat samen een prachtig geheel vormt. En de Roude De Bicyclette van Marcel Duchamp; een fietswiel op een krukje. Waarbij het eerste voorbeeld gaat over de veelheid, de kwantiteit van de materialen gaat het bij het tweede voorbeeld meer over de kwaliteit. Het vraagstuk over kwantiteit en daarmee grootheid slaat op het deel van mijn onderzoek dat gaat over het gevoel van grootheid en overwelving. Echter voel ik weinig voor het gebruik van ‘afval’. Dit neemt een bepaalde lading en boodschap met zich mee wat meer de nadruk legt op de boodschap dan op dat wat het daadwerkelijk is; namelijk een verzameling van materialen met een bepaald mechanisme wat door ermee te interacteren muzikaal wordt. Het kan dus ieder materiaal zijn, maar ik maak de keuze om het geheel voornamelijk van hout te maken. Dit om de esthetiek van het materiaal even als de bewerkbaarheid en de toegankelijkheid (lees makkelijk te vinden/aan te komen). Of hout de juiste klank heeft voor het muzikale aspect van de installatie is nog een te ontdekken vraagstuk. Voor nu is het zaak om veel materiaal te vinden waarmee ik kan experimenteren in vorm en mechanisme.

 

20190405 | In mijn hoofd had de constructie die ik wilde maken vaak een vorm van metaal. Echter was ik ook benieuwd naar enkele vormen die ik kon maken met hout. Ik had de vorm van een houten lamp in mijn hoofd en besloot deze vorm op schaal na te bouwen. Aangezien ik zo één, twee, drie geen plan had voor het scharnier mechanisme op deze schaal liet ik deze even voor lief en ging ik kijken waar de vorm en het hout mij zouden brengen. Hoewel ik de vorm en het materiaal zeer interessant vind mis ik nog een manier op het te kunnen bewegen.

In komen de schragen! Het is van hout en heeft één simpele beweging namelijk open en dicht. Aangezien ophangen en dan proberen de schragen open te trekken niet werkte besloot ik de schragen vast te schroeven op een stuk hout en door middel van touw het mechanisme open te trekken. Na één volgde er meerdere en ging ik kijken wat er gebeurde als ik ze met elkaar zou verbinden. Niet alleen ontstond er een mechanisme wat op elkaar reageerde doordat een deelnemer aan een touw trok en ontstond ook een muzikaal spel doordat er geluiden vrijkwamen door de beweging van de schragen en het contact wat deze maakte met elkaar en zichzelf. (Zie video) Hoewel het mechanisme zelf niet vlekkeloos werkte was het kunnen maken van een beat een gegeven waar ik verder mee wil.

Aangezien ik de constructie die ik had makkelijk wilde uitbouwen besloot ik de schragen ook op schaal te maken om de kijken of ik het muzikale aspect ook ‘puppet style’ kon nabootsen.  In deze video zie je hoe dat eruit zag en klonk. Hoewel dus nog zoekende naar een vorm heb ik nu besloten dat het object wat ik ga bouwen een muzikale toon moeten hebben wanneer ermee geïnteracteerd wordt.

 

20190403 | Na interessante avond bij een meetup van V2 over machine art zijn er enkele namen en werken naar boven gekomen die mij inspiratie gaven om wat dingen uit te proberen. Denk aan het werk van Barry Schwartz ‘The Optic Nerve’  waarbij hij hoogspanning en invloeden op metaal gebruik om muziek instrumenten te maken. In deze performance bestuurt hij ook een tv scherm op een lang mechanisme als een soort giraffennek met als hoofd de tv. Het samen spel van de tv en de performer in combinatie met het maken van een muzikale compositie intrigeert mij. Voor mijn onderzoek zag ik het al voor mij hoe een deelnemer zelf zo’n giraffennek mechanisme kan besturen om zo contact te maken van een ander mechanisme of machine.

Het werk ‘Ancestral Path’ van by Amorphic Robot Works is een verzameling van verschillende mechanische en/of robotische installaties variërend in grootte. Deze installaties hebben ieder voor zich een menselijke/ beestelijke vorm of houding. Hoewel dit niet de richting is die ik perse op wil vind ik de abstracte vormgeving die merendeel van de installaties hebben wel erg fascinerend. Voor het maken van enkele ‘poppen’ die ik kan besturen heb ik gekeken naar hoe het ding moet bewegen en eruit zonder dat het te veel ‘levend/organisch’ uitstraalt.

Bij het eerste ‘puppet’ ontwerp ben ik uitgegaan van een beest op vier poten en een hoofd. Ik wilde weten hoe het is om een objecten te laten bewegen en leven te geven, maar vond het moeilijk om dit met een random vorm te doen dus begon ik met dat wat ik kende. In mijn hoofd visualiseerde ik de bewegingen van een paard, maar de ‘puppet’ had ieder willekeurig vierbenig wezen kunnen zijn.

In eerste instantie gebruikte ik touw om de benen van de puppet te bewegen. Echter kwamen de specifieke bewegingen van mijn vingers slecht over en kon ik alleen van bovenaf de puppet bespelen doordat het draad op spanning moest blijven staan. Note: Het was niet het idee dat ik de puppet één op één zou bespelen, maar dat de beweging van mijzelf kon worden omgezet in beweging van de puppet. Het touw vervangen door ijzerdraad werkte beter en zorgde ook voor meer onverwachte bewegingen. Iets wat zowel positief als negatief was. Positief als in de beweging van mijn hand werd minder één op één. Negatief als in de bewegingen waren nu soms veel te random. Ik koos ervoor om de puppet met mijn vingers te bespelen om de beweging zo klein mogelijk te houden en ook iet wat onwennig. De meeste handelingen die wij mensen doen zijn vaak met de hele handen en ik wilde zien wat er gebeurde als er per vinger specifiek een beweging werd getriggerd. Later wil ik kijken hoe beweging wordt ervaren als het met het gehele lijf wordt gemaakt. Bijvoorbeeld in plaats van een duim een linker been en een rechter arm in plaats van een wijsvinger.


Bij de tweede puppet ben ik gaan kijken of de vorm minimaler kon. Ook had het ijzerdraad weinig gewicht waardoor de ledematen van de puppet alle kanten opvlogen zonder gevolgen van zwaartekracht. De tweede puppet was daarom van koper. Het ijzerdraad voor de besturing van de ledematen en het touw voor het omhoog kunnen trekken zijn gebleven.

Er kwam bij deze constructie een menselijke vorm naar boven. Aangezien de puppet niet vast zat aan een frame en de afwezigheid van een hoofd kon de verzameling van stukje koper zowel op vier poten lopen als rechtop staan en zich op twee poten voortbewegen. Ook leek deze puppet meer emoties over te kunnen brengen doordat deze in z’n algemeen meer bewegingsvrijheid had. Hierdoor werd het geheel echter al snel een theatrale poppen voorstelling in plaats van omzetten van eigen bewegingen in beweging van een niet leven object/ mechanisme.

Ook wil ik nog het werk van Bernie Lubell vermelden welke aan bod kwam bij de V2 Meetup. Hoe deze man houten installatie maakt en laat bewegen is echt prachtig. De esthetiek en bewegingen van zijn werk is wat ik bijna mijn hele onderzoek al in mijn hoofd voor mij zie en mogelijk is dit een richting die ik op ga.

Tot slot nog twee mooie quotes van de V2 avond:

“The machine does not need a human. It is there. It is performing.”

 “Become inspired by your own work.”

 

20190326 | Over het weekend kwam ik op het idee om de ‘trigger’ vorm te geven als een muziekdoosje. Ten eerste is het een heel klein object met een mechanisme die vergroot kan worden. Ook heeft het van zichzelf al een vrij duidelijk code over het gebruik en doel er van. Het muzikale aspect ervan vind ik ook interessant aangezien audio een terugkomend element is in dit onderzoek en ik hiermee kan spelen met hoe de ervaring zal klinken.

Na onderzoek op gebied van waar ik een muziekdoosje kan kopen om mee te testen en hoe zo’n apparaat nou werk, kwam ik op deze video waarin het mechanisme wordt uitgelegd. Ook kwam de naam ‘Wintergatan’ weer naar boven. Deze man heeft al vele muziekdoosjes gemaakt en heeft ook vele video’s waarbij hij op bezoek gaat bij musea met verscheidene muziekdoosjes. Na het zien van deze video’s bedacht ik mij dat het muziekdoosje zelf al een heel mechanisme is en de vraag rees of ik waarmee dan de ‘trigger’, ‘converter’ en ‘climax’ al niet in één systeem had zitten?

 

20190322 | Tijdens een gesprek met de begeleiding kwam de vraag naar voren waarom het publiek aan mijn installatie zou willen deelnemen. Is het een eenmalig systeem dat gereset moet worden na gebruik (Denk deelnemer draait en een peer wordt geplet) of zit er een bepaalde continuïteit of herhaling in? Het geheel deed ook denken aan het Lauf der dingen principe. Veel gedoe voor iets heel kleins of onbenulligs. Ook was er de vraag of de gemaakt beweging een soort copycat kon zijn (denk een hand met sensoren die iets groters aansturen).

In mijn onderzoek lijkt het te gaan over een systeem wat een one trick pony is of een copy, maar dan vergoot of verkleint. Het is een systeem wat mits aangestuurd in beweging wordt gezet. In het systeem zit een muzikale compositie verwerkt die alleen te horen is als het systeem beweegt. In een ideale situaties zitten er ook variabelen in het systeem. Zo’n variabele kan bijvoorbeeld veranderen doordat de deelnemer een hendel omzet of een draaisnelheid aanpast.

Hoewel ik in mijn hoofd weet wat het niet of juist wel moet zijn, maar hieraan nog geen vast beeld of precieze woorden kan geven hebben mijn begeleider en ik een systeem bedacht waarbinnen ik kan ontwerpen. Een soort drieluik met de volgende 3 elementen;

1) De trigger/handeling; een uitnodiging voor de deelnemer om te interacteren. Dit kan een knop zijn of een hendel waaraan getrokken moet worden. Heeft mogelijk tekst nodig om context te geven voordat het systeem in werking wordt gezet. Het is de trapper van een fiets

2) De converter/mechanisme; door de trigger wordt het systeem in werking gezet en ontstaat er een beweging. Deze beweging kan heel kort en klein zijn, maar ook uit vele elementen bestaan en ‘onnodig’ laan zijn. Dit mechanisme dient als een converter tussen de trigger en de cimax Het is de kettingkast van de fiets

3) De climax/beloning; Dit is waarvoor de deelnemer het doet. Dit kan het pellen van een peer zijn, het omslaan van een pagina in een boek zodat je het verhaal kan lezen of een andere vorm die de nieuwsgierigheid wekt voor meer. Het is het wiel van de fiets.

 

20190320 | Als beeldspraak kwam hij al enkele keren naar voren, maar nu is het moment gekomen dat er ook daadwerkelijk een peer in mijn onderzoek aanwezig is. Met kleine onderzoekjes naar hoe vaak past een peer in een volkswagen polo, zinnen als “De mens is net als een peer een waterige zak. Zacht en fragiel.” en ideeën om met de allergrootste machines een peertje te pellen heb ik de proef op de som genomen en een truss tegenover een peer gezet. Uiteraard had het peertje geen schijn van kans in het gevecht om de sterkste, maar het contrast tussen de harde, holle, grote, metalen truss en het semi zachte, massieve, kleine, organische peertje wekte wel een bepaalde verwachting en spanning op. De truss valt, maar raakt de peer net niet. Gelukkig of toch jammer? De truss valt en splijt de peer in tweeën zonder enige weerstand. Euforie of toch geschrokken over het gemak waarmee de peer in stukken door de ruimte vliegt?

Een truss is vele male groter dan een peer. Maar wat nou als je zowel een normaal formaat truss als een miniatuur truss naast een peer zet? Hoe verandert deze schaal dan? Kun je door te spelen met de schaduw van de truss voordat deze in beeld komt, de kijker laten anticiperen op een bepaald formaat truss? Hoe beïnvloed de afstand van truss tot de cameralens de perceptie van grootte en verhouding?

 

20190318 | Waar ik vrijdag een vrij duidelijk beeld had van wat ik wilde, was ik afgelopen weekend en tijdens presentatie moment 2 het overzicht kwijt. Ik stelde mijzelf veel vragen, maar gaf er geen antwoord op. Ik had geen vorm voor ogen en wist niet wat de eerst volgende stap zou zijn. Tijdens de feedback op de presentatie kreeg ik als suggestie om te kijken naar ‘Hotel Deluxe’ en werd er een vergelijking gemaakt met het verhaal van ‘David en Goliath’.

/* Het lijkt te gaan over vervreemding in herkenbare objecten en de verhouding tussen groot en klein. Een (wisselende) machtsverhouding tussen twee elementen (mens vs. object), waarbij een samenspel ontstaat, waar eventueel ook gevaar om de hoek loert. Het gaat niet over een poppenspel, waarbij de een de ander bespeelt en de ander achteloos doet wat hem wordt opgedragen. Het object doet wat het moet doen volgens een protocol, maar doordat de mens een interactie aan gaat met het object ontstaan er imperfecties. Het gebruik van de mens geeft karakter aan het object. Het gaat over de overweldiging of tegenvalling van het object. De verwachting die de mens heeft van het object en hoe het object reageert op de manier van handelen door de mens. */

Ook hebben we te horen gekregen waar we dit jaar mogen exposeren. Namelijk het Pieter Baan Centrum te Utrecht. Een zeer karakteristiek gebouw met een eigen verhaal. Misschien kan de locatie mij ook helpen in het vinden van een werkvorm.

 

20190315 |  Aan de hand van gesprekken met mijn begeleiders zijn er een aantal elementen naar boven gekomen die belangrijk zijn in mijn onderzoek.

Verwachting: De verschijningsvorm van het object wekt een bepaalde verwachting en daarbij een handeling. Hierbij gaat het om de performatieve kwaliteit van dit object. Hoe ziet het eruit, hoe ruikt het, klinkt het en hoe gedraagt het zich? Wat verwacht, kan en wil een mens met dit object? Hoe kan ik als maker hiermee spelen? De spanning die tussen verwachting en daadwerkelijke gebeurtenis ontstaat en mogelijk het gevoel van gevaar of ‘oh dat ging net goed’ in deze spanning vind interessant.

Waarde: Het object heeft van zichzelf al een bepaalde waarde, maar door de context te veranderen wordt deze waarde anders. De originele functionaliteit van het object verandert, waardoor de toeschouwer (in dit geval ikzelf als maker/onderzoeker) anders kan kijken naar de waarde van het object. Dit is voor mij een herkenbaar thema, als in ik zie het in eerdere werken van mijzelf terug komen. Het gaat niet over de waarde die het al heeft, maar het anders of opnieuw kunnen kijken naar de waarde van het object of de ervaring. Het veranderen van de perceptie. Het bewustzijn van de mens in het verhaal.

Verschaling: Met grote precieze, een heel groot object in beweging zetten om een klein effect te bereiken.  Of een kleine handeling met grote gevolgen. Het menselijke kunnen naast het kunnen van een object zetten. Het verlengde van elkaar zijn, maar niet kunnen voelen waartoe beide in staat zijn en dit ervaarbaar maken.

Hieruit volgde ook enkele werktitels: ‘De grote kleinheid van de mens’, ‘Een onderzoek naar de kleine grote dingen in het leven’, ‘Klein kunnen, groots doen’, ‘Groot zijn en klein doen. Klein zijn en groots doen’ en ‘Petite Énorme/Grand’.

 

20190313 | Het begon als een vraag om een handje te helpen, maar liep uit in een speelse interactie met de truss. Samen keken we naar hoe het object bewoog afhankelijk van hoe er aan de touwen getrokken werd. Het begon rustig en beheerst, maar liep al snel uit in wild zwieren en zwaaien. Ook maakte de truss een interessant geluid wanneer deze over de grond schraapte. Dit schrapen vergde overigens enige concentratie van beide hijsers, omdat de beweging van het schrapen vrij nauw liep met optrekken en loslaten. Hoewel opstelling dus vrij simpel (en onbedoeld) is, blijkt het toch effectief in samenspel uitlokken.

In mijn onderzoek om te kijken of mijn huidige materiaal; de truss, ook daadwerkelijk een truss moet zijn, had ik het idee om lampjes te bevestigen aan de truss en vervolgens de ruimte te verduisteren zodat slechts het licht van de lampjes te zien is en deze als ware gaan dansen wanneer de truss bewogen wordt. Echter kreeg ik het niet voor elkaar om de ruimte hiervoor donker genoeg te krijgen. Een vervolg test hierop staat nu op mijn to-do lijstje. Het lichtspel wat op de grond ontstond en vergroot en verkleind werd naar mate de truss werd geheven en gedaalt had ook wel iets aparts.

 

20190311 | Tussen het verhuizen naar locatie Blauwkapel door heb ik tijd besteed aan het maken van kleine truss modellen, zodat ik in verschillende schalen kan onderzoeken of trussen het materiaal zijn waarmee ik verder ga. Moeten de trussen, trussen zijn of kunnen deze vervangen worden door een ander materiaal. Op locatie Blauwkapel ga ik werken met driehoekige trussen in plaats van vierkanten. Heeft dit invloed op het beeld? Met de kleine modelletjes wil ik op een snelle manier kijken en variëren in verschillende vormen en mogelijke materialen die allen aspecten bevatten van de trussen, maar toch net iets anders zijn.

 

20190306 | Om mijn lijstje met mogelijke testje af te maken en te kijken hoe ik een theatrale verdubbeling aan kan brengen heb ik de trussen weer opgehangen en door middel van een beamer en camera gekeken hoe het beeld van de hangende truss wordt beïnvloed als hierachter diezelfde truss zowel live als voor opgenomen wordt geprojecteerd.

Ook heb ik een piano erbij gepakt en gekeken hoe het spelen van lage tonen, hoge tonen en combinaties hiervan in bepaalde ritmes het narratief van de beelden kan veranderen. De beelden kregen een bepaalde drama en spanning bij het toevoegen van de tonen. Echter werd het geheel er soms ook een beetje jolig van aangezien het bespelen van de piano tot nu toe enige muzikaliteit en ervaring als componist miste.

Tot slot heb ik ook gekeken hoe ik de trussen met elkaar kon verbinden zodat er een systeem ontstaat waarbij de ene truss beïnvloed wordt door de ander zodra deze laatste wordt bewogen. Interessant hieraan was vooral dat door de ene truss te verbinden met de ander, maar niet vice versa dat het makkelijker (lees lichter) werd om deze trussen omhoog en omlaag te trekken terwijl dit voor de andere truss gelijk bleef.

 

20190304 | In een gesprek met de begeleiding kwam naar voren dat ik momenteel twee verschillende richtingen heb waarop ik mij kan focussen en waarop ik mijn werkwijze kan aanpassen. Namelijk het volgende; 1) Kernelementen bestaande uit trussen, aangevuld met licht en geluid  en 2) Thematiek bestaande uit o.a. schaal en perspectief. De eerste richting biedt de mogelijkheid om te beginnen met één enkel element en vervolgens te kijken wat het op zichzelf verteld en hoe hieraan lagen toegevoegd kunnen worden die dit verhaal versterken. Door middel van het toevoegen of wegnemen van verschillende elementen betekenis geven aan de ervaring. Bij de tweede richting draait het meer over het algemene verhaal en kijken welke elementen die ik nu heb precies dat element moeten zijn of vervangen kunnen worden door iets anders. Voorbeeld hiervan is kijken of de trussen vervangbaar zijn door een houten lat of ander object. Wat in de huidige situatie is vervangbaar zonder dat het de kern verliest? Deze richting creëren een speelveld tussen performatieve elementen en onderliggende thematiek.

Tijdens presentatie moment 1B werd gevraagd of mijn huidige onderzoeksvraag; ‘Hoe ontstaat samenspel tussen mens en object?‘ niet een te open vraag is. Kan ik deze vraag herformuleren zodat er een behapbaar antwoord gevonden kan worden door middel van onderzoek. Voorbeeld hiervan kan zijn: ‘Hoe ontwerp ik een samenspel tussen mens en object’. Ook moet ik kaart brengen welke presentatie methodes is tijdens mijn presentaties gebruik en hoe ik deze in de toekomst in kan zetten. Tijdens deze presentatie had ik er namelijk voor gekozen om saté prikkers na ieder onderwerp binnen mijn presentatie aan het publiek te geven en deze op het laatst met elkaar te vinden om zo de rode draad binnen mijn afstudeer project visueel te maken.

 

20190228 | Ik had het gevoel dat ik mijn rode draad weer even kwijt was. Met alles wat ik tot nu toe had gedaan en interessant vond, waar sta ik dan? Wat heb ik nu eigenlijk en waar wil ik heen en welke kaders heeft dit. Gezien mijn ervaring met de eerdere weken trok ik snel aan de bel bij klasgenoten om te praten over waar ik nu eigenlijk mee bezig was. Het gewoonlijke praatje over ‘filteren’ en verwoorden wat ik nou eigenlijk interessant vind kwam weer boven en hoewel dit inmiddels een beetje mijn neus uitkomt, hielp het in dit gesprek wel om in te zien dat hetgeen wat ik doe wel degelijk kleine stapjes vooruit creëert. Al voelt het soms als random doen om te doen. Het idee van beweging en het besef van hoe groot of zwaar dingen zijn, blijken belangrijke thema’s te zijn. Het verschalen van grootte in het proces van handeling naar effect (denk hendels in hijskranen en knopjes van het hijssysteem bij de trussen). De menselijke (ver)houding tegenover het aanwezige object. Hierbij draait het dan wel over zichtbare of voelbare objecten. Het universum bijvoorbeeld is enorm, maar deze grootheid is moeilijk ervaar te maken in een fysieke ervaring. De Chinese muur was een twijfel geval aangezien je deze wel kan zien en voelen, maar doordat deze langer is dan zichtbaar, is weer de vraag hoe groot is deze dan echt? Het verschil in ervaring tussen het zien van de Eiffeltoren in het echt en op een foto’s is een punt van aandacht. Voor nu wil ik mij focussen op het ervaren van bewegingen en schaal in real life, dus naast de Eiffeltoren in plaats van op een foto of scherm.

Drie testjes die ik heb bedacht binnen dit thema zijn als volgt:

  1. Gewicht en schijn: drie houten blokken. visueel identiek, maar gewicht is totaal anders. Hoe pakt de deelnemer ieder blok op en hoe verandert de verwachting bij het oppakken van het volgende blok.
  2. Macht en controle: Speler is door middel van touw of stokken verbonden aan een performer of pop. De speler bepaald wat er gebeurt en hoe ver deze kan gaan. Hoe ver gaat de speler en heeft het element van ‘levend wezen’ invloed op deze grens?
  3. Beweging: Hoe bewegen hijskranen en trussen en hoe kan ik spelen met deze beweging of hier nadruk op leggen. Licht & geluid kunnen hierbij een rol spelen. Deze test heb ik afgelopen dagen ook al in bepaalde vormen getest, maar ik heb nog enkele andere vormen in gedachte.

 

20190226 | Daar waar ik bij de vorige test met de hand de trussen op moest tillen, kon ik bij dit onderzoek de machine het harde werk laten doen. Met drie trussen op ongeveer gelijke afstand van elkaar en een afstandsbediening waarmee het systeem op twee verschillende snelheden omhoog en omlaag konden, heb ik gekeken naar hoe deze losse elementen samen een compositie konden vormen.

Iets wat mij opviel was dat wanneer de trussen erg schuin stonden en langzaam langs de grond gingen ze bijna tot leven leken te komen. Ze kregen karakter. Zo ging een van de trussen bijvoorbeeld ook sneller dan de andere twee, waardoor je een stuk aandachtiger het geheel moest controleren om zo dingen gelijk te laten gaan. Bij deze test was het ook een stuk makkelijker om het geheel te controleren aangezien ik nu niet afhankelijk was van kracht en uithoudingsvermogen. De machine deed al het werk en ik zat achter de knoppen. De kleine knopjes die het grote geheel aansturen. Deze verhouding tussen kleine handeling/groot effect vind ik zeer interessant en kan ik terugleiden naar de fascinatie voor de hijskranen en andere werkbouwvoertuigen. Deze zijn er juist voor ontworpen om zwaar en groot werk op menselijk niveau te kunnen uitvoeren.

 

20190221 | Ik heb touwen en katrollen geregeld en kan dus mijn initiële idee met het hijsen van de trussen uitproberen. Aangezien bij de vorige test mijn idee van beamen op de trussen zelf minder effectief (trussen hebben te keine oppervlaktes) was dan gehoopt, ging ik bij deze test kijken hoe licht zou bijdragen aan het geheel. Ik had geen lampen, maar wel beamers wat in feite ook een lamp is. Nou wat random presets aanklikken in resolume kwam ik op een splitscreen effect met twee contrasterende kleuren. Door een defect in een van de beamers waren beide projecties niet gelijkt waardoor ik in plaats van twee kleuren, drie kleuren in het geheel kreeg. Doordat er nu geen bewegende beelden waren, maar alleen licht kwam de schaduw die de truss creëerde een stuk sterker naar voren. De vervorming door het bewegen van de trussen gaf een interessant vervreemd 2D beeld.

Verder kwam ik tijdens deze test tot de conclusie dat het hijsmechanisme met de hand vrij ongecontroleerd en niet precies is. Door het gewicht van de trussen is het moeilijk kleine handelingen langzaam uit te voeren zonder dat dit er onhandig uitziet. De wisselwerking tussen truss en performer is dan wel weer interessant, juist omdat de handelingen zoveel kracht en concentraties kosten.

 

20190219 | Met nieuwe inspiratie en fascinatie ben ik aan de slag gegaan. Ik ben begonnen met onderzoek doen naar verschillende kranen en waar ik deze kon vinden. Ook ben ik een dag op stap gegaan met een camera en microfoon om in beeld en geluid hijskranen vast te leggen. Tot mijn verbazing kwam ik er meer tegen dan van te voren gedacht en dit rees bij mij ook enkele vragen op over de alsmaar groeiende steden en dorpen. Zo staat Utrecht Centraal bijvoorbeeld al jarenlang is de steigers en is het zien van hijskranen, bouwhekken en andere machines en constructies bijna onderdeel geworden van het beeld wat bij het station hoort.

De fascinatie voor hijskranen bracht mij ook terug naar een performance die ik in 2017 heb gezien in Amersfoort. Namelijk Tauromaquina. Een voorstelling waarbij een stierengevecht wordt uitgespeeld. De stier is echter een heftruck bestuurt door een performer. Samen met de matador ontstaat er een dans tussen beide waarbij het draait om een machtsspel. Met licht, geluid, acrobatische moves, brandblussers en een knap staaltje controle over de heftruck wordt er een spannende performance gecreëerd waarbij een werkvoertuig opeens verandert in een performer in de vorm van een wilde stier.

De hijskranen brachten mij ook bij het hijsmechanisme in de theaterzaal van de HKU. Bij voorstellingen worden deze gebruikt voor het inhangen van lampen, gordijnen en andere attributen. Merendeel van de tijd hangen er trussen aan dit systeem, maar eigenlijk kan er van alles aan gehangen worden. Voor mijn afstudeeronderzoek ben en wil ik gaan kijken naar hoe dit hijssysteem in combinatie met trussen werkt en of hiermee een performatief beeld gecreëerd kan worden. Hiervoor heb ik al even kort gespeeld in de grote zaal met het systeem en komende dagen ga ik hier nog vaker mee aan de slag.

Aangezien de grote zaal niet altijd beschikbaar is, ben ik ook gaan kijken naar alternatieven. Een truss aan een touw ophangen en dan zelf als hijssysteem fungeren kan natuurlijk ook. Mijn eerste test hiermee was zonder touw of hangende systemen in verband met het nog niet hebben van touw. Ik wilde echter mijn tijd niet verdoen met wachten en heb gekeken naar hoe mijn eerder gemaakte video’s en foto’s van de hijskranen gecombineerd konden worden met het beeld van de trussen. Bij het neerzetten van de verschillende hoogtes kwam de associatie van het bouwen van alsmaar hoger wordende gebouwen naar boven. Op een performance-achtige wijze bouwde ik met de trussen mijn eigen stad. De schaduw van de beamer op muur creëerde een soort van blokkade op de video wat ik ook weer een interessant beeld vond om mee te spelen. Of het idee van het straatbeeld in combinatie met bouwen en huiskranen een blijvend thema is weet ik nog niet, maar het is zeker een onderzoekspad waar ik wel warm van wordt.

 

20190214| Tijdens de presentatie en na de feedback werd het mij steeds meer duidelijk dat ik moet gaan doen wat goed voelt. Iets wat ik leuk vind, waar ik gelukkig van wordt en het maakproces niet teveel te forceren. Ik kreeg als advies om mijn fascinatie voor ruimte en mensen kijken te benutten en te gaan kijken hoe dingen bewegen in de ruimte en hoe ik daarin wil bewegen. Ook waren mensen zeer enthousiast over mijn manier van presenteren met de kaartjes. “Combinatie van geschreven tekst en actief doen dat kan jij heel goed. Dit manier van presenteren ligt jou” en “Ik vind het knap hoe je zo lang mij geboeid houdt, maar ik nog steeds niet weet wat je gaat doen. Dit is belangrijk, maar wat eigenlijk?!”. Er kwamen suggesties over hoe ik deze methode misschien op andere manier in kan zetten en deze vraag begon ik mijzelf ook af te stellen. Zit er in deze manier van presenteren iets wat ik kan gebruiken later? Overigens was dit niet de eerste keer dat ik een soort gelijke manier van presenteren gebruikte. Voor jaar tijdens OASE had ik hiervoor ook een variant gebruikt om mijn conclusie van het vak te presenteren.

Hoewel de presentatie dus erg goed ontvangen was, zat het werkproces mij nog steeds een beetje dwars. De suggestie om te kijken naar mijn omgeving en daar inspiratie uit te halen hielp wel bij het plannen van mijn vervolgstappen. Ik moest museumbezoekjes gaan plannen en vooral veel observeren in plaats van in mijn eigen sop (lees hoofd) gaar koken. Want zo voelde dit maakproces momenteel; gaar, maar zeker niet geschikt om geserveerd te worden. Een van de begeleiders gaf naar aanleiding van mijn verhaal de tip om te gaan kijken of een vorm van samenwerking met andere makers mij kon helpen in het proces en vinden van mijn plek. Een danser werd hier als voorbeeld gegeven en dit idee begon bij mij wel te borrelen. Misschien was dans een vorm waarin ik verder kon gaan kijken.

Een dag na de presentatie zat ik met een klasgenoot onze afstudeeronderzoeken en de presentaties van de dag ervoor te bespreken. Voor mij werd in dit gesprek toch wel duidelijk dat mijn manier van werken nu niet voor veel langer meer zinvol was. De motivatie om te werken was er wel, maar de wil om te maken was vrijwel volledig van de kaart. Dit moest anders. Op de weg richting het station om naar huis te gaan kwamen mijn klasgenoot en ik een hijskraan tegen die bij het postkantoor aan de Neude stond. Zij merkte op wat een fascinerende machines het toch eigenlijk zijn en toen klikte er iets bij mij. Het zijn fascinerende machines. Grote, bewegende, metalen machines met een man achter de knoppen. Zoveel precisie en controle in zo’n lompe grote machine. Mijn hoofd ging aan en de ideeën voor vormen, verhalen en plannen voor komende tijd stroomde binnen. Ik had een plan.

 

20190213| Er was een lichte paniek in mij naar boven gekomen toen ik na een week weg te zijn geweest mij moest voorbereiden op een presentatie over wat voor een maker ik ben en hoever ik was met het afstudeertraject. Lichamelijk en mentaal was ik afgelopen dagen volledig tot rust gekomen, maar nu was het weer tijd om wat te gaan doen. In een gesprek met mijn begeleider hadden we het wederom over wat belangrijke elementen zijn die telkens terugkomen en wat ik nu belangrijk vind, wat is mijn verhaal? Er zijn zoveel leuke dingen in de wereld, maar voor alles is een plaats en een tijd. “Je kunt niet alle ballen tegelijkertijd in de lucht houden”, ga dus kijken wat voor een maker je nu bent of wil zijn. Ik moest elementen tegen over elkaar gaan zetten. Denk bijvoorbeeld aan muziek tegenover audio, wat vind ik belangrijker en waarom? In mijn geval is dit audio. De muzikaliteit van het geluid is voor mij ondergeschikt aan de kwaliteit van het geluid. Het gaat mij meer over hoe geluid op verschillende manieren bij iemand binnen komt in plaats van wat dit geluid dan specifiek is.  We hebben gehad over mijn fascinatie voor de dingen die je misschien niet meteen ziet of aan denkt. Bijvoorbeeld de vele ontploffingen die onder de motorkap van een auto plaatsvinden. Maar ook kwam de vraag wat voor mij ruimte is en of het draait om een deelnemer of meerdere.

Voor mijn presentatie moest ik mij focussen op de taal die ik wil spreken voor dit project en het formuleren van een duidelijk verhaal die resulteert in gerichte feedback. Het idee is dat ik niet nog meer voorbeelden als feedback ontvang waar ik niet perse wat aan heb, maar advies krijg over de dingen die ik nog niet weet. Functionele suggesties. De vorm van de presentatie staat niet vast en ik moest kijken naar waar ik zelf wat aan heb. Om deze reden heb ik er ook voor gekomen om tijdens mijn presentatie niet met een powerpoint of projectie mijn verhaal te doen.

Het klopte voor mij op dit moment in mijn proces niet om met allerlei voorbeelden van makers en werken te komen die moeten invullen wat voor soort maker ik ben. De hoeveelheid makers die dit kunnen vertellen is gewoon te groot en de beelden zouden zowel mijn medestudenten, docenten en mijzelf te veel sturen in een richting waar ik momenteel misschien niet zoveel aan heb. In plaats daarvan ben ik gaan kijken naar mijzelf en waar ik tijdens ervaringen van anderen behoefte aan heb. Wat is mijn behoefte als maker en wat is mijn behoefte als publiek? Door middel van kaartjes met daarop steekwoorden en quotes die ik op een subwoofer gooide tijdens mijn verhaal heb ik een beeld geprobeerd te schetsen van wat ik belangrijk vind in een proces en een eindwerk.

Hieronder een video van een eerste brainstorm/test van deze manier van presenteren.

 

20190211 | Ik ben er even een weekje uit geweest. Afgelopen dagen was ik aan het werk op het Grasnapolsky festival in Scheemda. De afgelegen rustig plekje in het oosten van Groningen. Het was fijn om even niet iedere dag proberen een concept uit mijn hoofd te forceren en bezig te zijn met uitvinden wat ik nou interessant vind en leuk om te doen. In plaats daarvan heb ik iets gedaan wat ik leuk vind om te doen. Namelijk lekker in de weer zijn met materialen en mensen en rondrijden door Nederland om spullen op te halen bij verschillende bedrijven en makers. Ik ben aan de praat geraakt met verschillende makers waaronder een uit DVTG student en een kunstenares die een master aan het KABK heeft gedaan. Hun kijk op de opleiding die ze hebben gedaan en hoe dat aansluit op het werk wat ze nu maken was goed voor het krijgen van inzicht in wat ik met mijn huidige opleiding wil bereiken en wat hierna volgt.

Op het festival waren natuurlijk ook vele artiesten en installaties te zien. Intimate earthquake een werk van bovengenoemde kunstenares bestond uit wearables waarmee de deelnemer twaalf verschillende aardbevingen kon ervaren wanneer deze in de buurt kwam van de installatie. Ook kreeg de deelnemer een geluiddempende koptelefoon op en een deken tegen de kou. Samen met de sterke wind die er stond en het iet wat afvallige gebouw waar het achter plaats vond voelde het als een geheel wat erg passend was op deze locatie (denk aardbevingen in Groningen). Voor mij was het aardbevingsonderdeel echter minder sprekend. Waar ik gefascineerd door werd, was de verplaatsing in trillingen over het lijf door de wearables en het idee dat je heel dichtbij de sensoren in de installatie moest kruipen om deze aardbevingen te mogen ervaren. Het voelde heel intiem en door de afsluiting van de locatie, koptelefoon en het dekentje lag de focus ook volledig op het voelen van de trillingen. De verplaatsing van trillingen vind ik voor mijn eigen afstudeeronderzoek ook interessant op aan te snijden als onderwerp.

De makers ‘Het blauwe uur’ waren op dit festival verantwoordelijk voor een projectie op een van de buitenmuren van de fabriek waar het festival in plaatsvond en een audiovisuele installatie in de oude machinekamer van deze fabriek. De projecties in deze installatie deden de oude machines in de ruimte weer opleven. De projectie werd ondersteund met kleine audio stations die ieder hun eigen geluid maakten die als je door de ruimte liep individueel gehoord konden worden. De makers konden delen van de projectie, audio en het licht live aan en uit zetten om zo enkele uren lang te performen in de ruimte en zo te spelen met de verschillende elementen die ze hadden. Het geheel deed de oude vormen opleven en het kunnen rondlopen binnen de ruimte zorgde ervoor dat je ieder klein detail kon ontdekken en op iedere plek een net iets andere ervaring kreeg. De spatial experience is iets waar ik erg gelukkig van werd en ook wil beamen in mijn eigen afstudeeronderzoek.

Ook nog een kleine ontdekking, als je het zo kan noemen was het kunnen voelen van de muziek door de grote en grote hoeveelheid speakers bij de verschillende podia. Vooral in dit gebouw werden de geluiden ook voelbaar erg goed doorgegeven. Waardoor je de muziek kon ervaren met het hele lijf in plaats van alleen met de oren. De muziek nam als ware het lijf over.

 

20190206 | Om kijken waarom iglo-achtige vormen terug blijven komen in mijn ontwerpproces besloot ik om met papier-maché enkele iglo vormen te maken. Hoewel het maken ervan erg therapeutisch was en het gevoel gaf dat ik eindelijk iets productiefs en in vorm aan het maken was, gaf het mij niet echt antwoorden op de vraag die aanleiding was om ze te maken.

In een gesprek met mijn begeleider werd ook de nadruk gelegd op het sorteren van mijn gevonden bronnen en inspiratie. Mijn bronnen vallen redelijk in hetzelfde straatje, maar hebben toch zeer uiteenlopende doelen. Door deze te sorteren kan ik een beeld krijgen van wat voor mij van belang is en waarom. Ook krijg ik de suggestie om “meerdere pannetjes op het vuur te zetten” en zo te kijken wat wel of juist niet leidt tot nieuwe inzichten en ideeën. Echter moet ik wel keuzes blijven maken. Het kan niet blijven bij “Oh dit vind ik leuk! En dit! En dit!”. Ik snap wat er gezegd tijdens het gesprek, maar in mijn hoofd heb ik niet het idee dat het mij heel veel verder heeft gebracht. Het geeft mij een systeem om te komen tot iets nieuws, maar ik weet niet of dat nu het iets is wat ik nu nodig heb.

 

20190202 | Iets met klei? Misschien als materiaal voor een maquette of vormproefjes. Het met de handen kunnen vormen in iedere vorm en de enorme bewerkbaarheid spreekt mij aan. Ik moet een pakketje klei gaan halen om mee te spelen.

Ook blijven koepel, igloo, ballon, paddestoel, luchtige kriebels terug komen in mijn schetsboekje. Wordt mijn project dan toch een soort rare cave. waarbinnen er iets ervaren moet worden? Iets waarbij rust of geluid centraal staat? Een soort muziekhutje of juist een geluiddicht hutje?

De beeldspraak voor de lege waterbron gebruiken als inspiratiebron. Ik ging er wel van aan! Misschien als letterlijke performance of misschien als installatie waarbij je door een mechaniek (twee) emmertjes water halen gaat. Misschien wordt dat wel wat te letterlijk, maar het roept wel de volgende vraag bij mij op: Als mijn waterbron (inspiratiebron) leeg lijkt te zijn, waar zoek ik dan mijn water (inspiratie)?

 

20190131 | Ik heb gekeken naar het werk van Toshio Ewai. Het vinden van zijn eigen portfolio was niet al te makkelijk, maar ik heb wat beelden kunnen vinden. Hoewel ik zie waarom de begeleiders deze ontwerper voorstelde, vind ik over het algemeen zijn werk toch niet heel inspirerend. Naar mijn mening is zijn werk veelal gericht op een 2d (platte) vorm en/of digitaal medium. Iets waar ik niet perse naar op zoek ben in de afstudeer traject. Mijn hoofd staat meer naar ruimtelijke beelden die met zo min mogelijk kabels of programmeur werk hun ding kunnen doen. Echter vond ik het beeld van ‘remote piano installation’ zeer mooi. Ik zag het voor mij als een projectie/pepper’s ghost waarin een pianist te zien is door het publiek aan de andere kant van het glas. De bezoeker zou aan zijn kant een ‘nep’ piano kunnen spelen waardoor de projectie pianist wordt getriggerd en de melodie van de bezoeker speelt.

Ook heb ik moeite om gemotiveerd te blijven en verder te gaan met het project. Een beeldspraak die ik hiervoor heb bedacht is als volgt; “Het voelt alsof je iedere dag water wil halen bij jouw bron, maar zodra je daar met je emmertje aankomt blijkt de bron droog te zijn. Dit gebeurt iedere keer dat je langs gaat en iedere keer ga je met een lege emmer naar huis. Sommige dagen ga je op zoek naar de oorzaak van de droogte of haal je je water uit andere kleinere bronnen, maar dit stilt de dorst voor water voor korte tijd.” Hoe doorbreek ik de verstopping die deze droogte veroorzaakt zodat ik weer water kan putten uit de bron?

 

20190128 | Zowel in mijn hoofd als in mijn OASE presentatie had ik geen planning. Dit was dan ook het eerste waarmee ik aan de slag ging voor de presentatie tijdens de kick off. Dit ook omdat de gedachte van een project zonder echte structuur in planning mij de kriebels bezorgde. Hoe ging ik ervoor zorgen dat ik niet de ene dag ontzettend productief van 10 tot 10 aan de slag was en de volgende dag de helft van de tijd in mijn pyjama in bed blijf hangen? Een planning met daarbij ook de verschillende dingen die ik wil onderzoeken en welke focus dit onderzoek dat heeft. Om het zo op papier te zien geeft al veel rust in het hoofd en iet wat hoop dat het wel goed gaat komen met mijn dagen nuttig vullen. Ook neem ik de tijd om goed voor mijzelf op een rijtje te zetten wat ik wil vertellen tijdens de komende presentatie en welke beelden daarbij horen. Hoewel ik nog steeds veel vragen heb over waarom en hoe helpt het mij wel om meer focus te brengen in mijn presentatie.

Deze focus blijkt waardevol tijdens de Kick-off presentatie. Ik heb een helder beeld in mijn hoofd en kan met meer zelfvertrouwen dan vorige keer vertellen over mijn proces tot nu toe. Vanuit de aanwezige groep krijg ik vragen over mijn doel met dit project: Wil ik mensen toegang geven tot een fenomeen, draait het om de esthetiek waarbij je aan het exploreren bent of gaat het of het samen maken van een compositie? Ook moet ik kijken naar mijn verschillende bronnen en deze categoriseren aan de hand van deze vragen. Ik benoemde namelijke bronnen met verschillende doelen die niet perse in een en dezelfde straatjes passen. Wat wil ik nou eigenlijk maken, een instrument? een systeem? een leuke muzikale oefening? Waar is in mijn verhaal het performance gedeelte gebleven binnen de IPD formule en hoe ga ik hiervoor zorg dragen? Tot slot krijg ik als tip om te gaan kijken naar het (vooral wat oudere, muzikale) werk van Toshio Ewai.

 

20190126 | Ik hoor een prachtig geluid terwijl ik door het centrum van Den Haag loop. Het geluid komt niet uit mijn koptelefoon, maar wordt geproduceerd door een jongedame op straat met een harp. Ik ben verkocht en gedachtes over een harp in mijn project schieten door mijn hoofd. Ook de sterke bass van de speakers bij het KABK gebouw dreunen door mijn hoofd. Een groep jongeren had zich om deze verzameling speakers gevestigd en leek helemaal relaxed mee te gaan op de ervaring van de twee meter hoge speaker toren. Het prachtige geluid van de harp en de diepe bass van de speakers brengen mij bij de contrabas, ook een instrument waarvoor ik veel liefde heb. De muzikale prikkels geven mij ideeën over grote installaties met strings (snaren) die meterslang gespannen zijn waar het publiek of een performer mee kan spelen.

Niet alleen was mijn bezoek aan KABK goed voor inspiratie en het kijken naar vervolg studies, ik heb er ook een interessante maker ontdekt die werken maken die in lijn liggen met mijn interesse gebied. Ik heb contact met haar opgenomen over het lezen van haar publicatie over de ervaring van het horen in de 21e eeuw.

 

20190125 | Terugluisterend naar de resultaat van en de feedback op mijn OASE test ben ik mij gaan voorbereiden op de OASE eindpresentatie en kick-off presentatie. De groep was overwegend positief en vond het leuk om de oefening die ik ze had gegeven te doen. Bij alle drie de testen waren de geluiden die de groep maakte vrij random en sloten niet perse op elkaar aan. In de feedback wordt daarom ook de vraag gesteld hoe het zou zijn als iedereen een specifieke noot aanslaat in plaats van een geluid. In de eerste test (waarbij de groep met de ruggen naar elkaar toe staan) is de groep vooral bezig met op elkaar reageren door middel van de geluid die ze maken en spelen daarbij met ritme, herhaling en stilte. In test twee en drie (de groep staat met de gezichten naar elkaar toe) is de groep meer gefocust op het uitlokken van een reactie bij de ander. De hoeveelheid gelach neemt ook toe naar mate we langer bezig zijn. De groep is reactief op sociaal niveau in plaats van compositie niveau. In test twee zit er ook veel variatie in het geluid wat de deelnemers maken. Soms is deze snel en hard, soms langdradig en zachtjes. Er lijkt meer emotie in te zitten, waardoor het geheel ook een stuk chaotischer klinkt. In test drie daarentegen komt er meer rust. Dit waarschijnlijk omdat er nu een persoon verantwoordelijk is voor het aan en uitzetten van de groep. Een vraag die tijdens de feedback ronde wordt gesteld is of de aanwezige regelset samenspel stimuleert of juist tegenwerkt. Ook is er de vraag hoe het zou zijn met 50 mensen of als de deelnemers vrij rond kunnen lopen en waar gaat het eigenlijk om? Draait het om geluiden maken, grappig zijn of het volgen van de spelregels. Een idee wat ikzelf al had was het toevoegen van een bestaand ritme of muziekstuk, dit idee kwam ook naar voren in de feedback sessie. Een van de belangrijkste dingen die we uit deze test halen is de loop van spel -> compositie -> spel en hoe dit zichzelf kan overstijgen? Ook het analoog uitvoeren van onderzoek blijkt waardevol.

Echter lijkt al deze feedback mij nog steeds niet heel veel verder te helpen in mijn hoofd. Ik krijg wel enkele ideeën over hoe constructie eruit kan zien waarin meerdere mensen een handeling kunnen uitvoeren die een muzikaal tintje heeft, maar deze spin en keverachtige vormen helpen mij niet meteen verder met de achterliggende gedachte van het project. Zelfs de ideeën van ruimte en sterrenstelsel die in mijn hoofd inspiratie geven voor vormen geven geen antwoorden op mijn vragen. De beelden die ik in mijn hoofd heb doen mij echter wel mijn onderzoeksvraag veranderen namelijk: “Hoe ontstaat samenspel tussen mensen en machines”. Hoewel het woord machines niet helemaal de lading dekt van de beelden in mijn hoofd besluit ik het voor nu toch maar te gebruiken. Ook gaat het mij niet perse om mensen en machines samen te laten komen, maar meer over het samenkomen van mensen onderling door middel van een object/machines, dus verander ik de onderzoeksvraag nog net een klein beetje: “Hoe ontstaat samenspel tussen mensen met machines”. Voor de OASE eindpresentatie omschrijf ik de vorm van mijn eindwerk als: “Ruimtelijke, beeldende installatie waarbij geluid, beweging en licht een variabele zijn. Het publiek heeft invloed om de installatie.”.

De presentatie wordt beter ontvangen door de groep dan dat het in mijn hoofd wordt ervaren. Ik had meer tijd willen steken in de presentatie zelf en mijn hoofd voelt nog wat chaotisch. Als feedback krijg ik dat het verhaal heel helder en dat mijn denkproces goed te volgen was, maar dat het verhaal nog iets scherper moest. Zo werd de groep iet wat verward doordat ik het een zeer visueel werk met licht benoemde wat niet perse aansloot op het verhaal van de eerdere slides in mijn presentatie. Het woord machines in mijn onderzoeksvraag wekt ook de verkeerde gedachte op en als alternatief wordt het woord systemen genoemd. De vraag wordt dan “Hoe ontstaat samenspel tussen mensen d.m.v. een systeem?“. Het viel de groep ook op dat ik vooral praatte over draaide mechanismes, iets wat mij nog niet was opgevallen. Als tip kreeg ik dan ook om de cirkel in mijn verhaal rond te maken voor de presentatie tijdens de kick off.

 

20190124 | Ik zit nog steeds met enkele vragen vast in mijn hoofd. “Waarom maak ik dit project? Wat is mijn urgentie en zou ik dat wat ik ga maken ook maken als het niet voor een ‘schoolproject’ was? Waar kan ik het aan relateren: is het gewoon kunst of voegt het wat toe aan de maatschappij? Voor wie, wat of waar maak ik het eigenlijk? Met welk doel of verhaal?”. Er komt een helikopter aan vliegen. Ik voel en hoor hem eerder dan dat ik hem zie. Het gedreun is merkbaar van veraf en ik maak ook meteen de associatie met een straaljager die door de geluidbarrière gaat. Het gevoel en het gevoel daarvan geeft mij rust. Dezelfde rust die ik ook ervoer toen ik onder de uiteen klappende bloemenlampen van studio Drift lag in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Aangezien ik rust vind in mijn hoofd tijdens het sporten en daarom begonnen ben met Aikido en ook rust vind in het luisteren naar mijn omgeving en muziek, is dat wat ik ga maken komende periode gelinkt aan het vinden van rust? Een ervaring waarbij je even in het hier en nu kan zijn en je hoofd leeg maakt?

 

20190117 | Als onderdeel van het vak Oase zijn we gestart met de brainstormen over de eerste ideeën voor ons afstudeeronderzoek. Hoewel mijn hoofd eerst blanco leek te zijn bij de vraag om een mindmap en vervolgens onderzoeksvraag te maken, was ik toch instaat om woorden op te schrijven. Muziek, Rust, Beweging, Ritmisch/Continue, Simpel van buiten/Complex van binnen zijn woorden die te vinden zijn. Een beeld wat in mijn hoofd spookt is van een filmpje wat ik een paar dagen terug zag. Wat mij ook deed denken aan een werk van een medestudent een tijd terug. Een orgel like object wat te activeren is en vervolgens door beweging van de verschillende elementen een muzikale compositie maakt.

De combinatie tussen mechaniek en geluid spreekt mij zeer aan en ik besluit daarom mijn onderzoeksvraag voor OASE als volgt te formuleren:

“Hoe ontstaat een samenspel/harmonie/compositie?”

Mindmap & playtest

Hoewel ik nog niet zeker weet of ik daadwerkelijk een orgel like object ga bouwen en in hoeverre ik deze weg verder ga vervolgen lijkt het mij een goed begin om de eerste stappen te kunnen zetten. In de tweede OASE les test ik mijn vraag in 3 soortgelijke testjes met mijn klasgenoten. Het geven van regels d.m.v. briefjes met letters en de groepsactiviteit op zich worden positief ontvangen. De balans tussen samenspel vs. compositie lijkt de basis te worden voor mijn volgende stappen. Echter moet ik nog even een paar dagen te tijd nemen om hierover na te denken en in alle rust te feedback terug te luisteren en deze vervolgens te verwerken.

Hieronder de audio van deze testjes.

 

20190110 | Jeroen Lutters & Bas Haring hebben mij geïnspireerd met hun woorden. “Hoe spreekt een werk tegen jou en waarom?”, “Welk detail valt op en waardoor valt dit detail uit te toom?”, “Het uitstellen van het idee dat het máár een schilderij/ongeloof is “, “Iets wat je het gevoel geeft dit overkomt alleen mij. Dit gebeurt niemand.”, “Het openstaan voor toeval”, “Geraakt worden door je onderzoek, het onderzoeken in je eentje en je mag werken met de spaarzame middelen die je zelf hebt”, “Neem een kleine vraag die dicht bij jezelf ligt. De grote vragen zijn voor grote groepen.”, “Als iets te moeilijk is, hoe kan ik het dan zo leren dat ik het toch begrijp? Wat snap ik wel en hoe kan ik dit gebruiken” en tot slot “Het woord creatief vergeten en gewoon lekker aan de slag gaan”.

 

20190103 | Ik reflecteer om mijn ontwerpprocessen van de afgelopen jaren. Het valt mij op dat ik in vrijwel ieder project keuzes maak die door invloeden van buitenaf (bijv. feedback/druk om afronding) gevormd worden, waar ik achteraf totaal niet achter sta. Voorbeeld hiervan is het presenteren van een app tijdens het Automorphose project, terwijl mijn focus niet lag op het maken van een openbaar platform. Het ging over de ervaring van geluid en de omgeving waarin men zich bevind. Ander voorbeeld is het Shakespeare 2 project. Een van de testjes wekte de associatie van een (boot)zeil op. Hoewel ik het hier mee eens was kon ik er geen vorm mee vinden die tot diep in mijn eigen kern interesse opwekte, maar toch hingen er 3 ‘zeilen’ in de ruimte tijdens mijn eindpresentatie. Zelfs nu tijdens het Sencity project merk ik dat ik totaal niet zit te wachten op de techniek die is gebruikt in de ‘kijker’. Mijn doel was toch in eerst instantie om zo analoog mogelijk te zijn, hoe zijn we dan toch bij een ontwerp beland met veel kabels, 6 computers, NDI protocollen en lompe computerkasten die veel tijd en geld kosten om te maken dan de kijkers zelf? Waarom steek ik tijd in dingen die ik eigenlijk niet interessant vind en mij liever kwijt dan rijk zijn? Hoe kan ik deze situatie voorkomen?

 

20181221 | Naar aanleiding van een bezoek aan de solos van de hogere jaars schrijvers begon mijn hoofd overuren te draaien. Ik denk na over wat ik voorheen heb gemaakt en wat daar allemaal bij kwam kijken. Waarom en hoe maak ik de dingen die ik maak en waarom vind ik sommige werken van andere makers ‘goed’ of ‘slecht’? Wat maakt een werk bijzonder en hoe neem je mij mee in een ervaring en zet je mij tot iets aan? Hoe gebruik ik verschillende media en wat laat ik niet zien tijdens de presentatiemomenten?

Ook valt het mij op dat een tekstuele performance mij vaak vrij weinig doet en dat ik snel meer hoor dan luister. Echter wanneer er muziek (vaak akoestiek)  om de hoek kijken kan ik mijzelf beter focussen op wat er nou gezegd wordt en blijft mijn aandacht langer vast bij de performance.

Thomas stelde mij rond deze periode ook de vraag naar aanleiding van het opkomende afstuderen: “Je was eerder in de opleiding zoveel bezig met muziek en geluid, maar nu niet echt meer. Waarom?”. Daar had ik zo geen verklaring voor. Waarom heb ik dit eigenlijk in de kast gestopt?

 

20181203 | Afgelopen tijd heb ik ideeen die nooit van de grond zijn gekomen of gewoon interessant waren, maar nog geen verdere uitwerking hebben gekregen verzamelt in mijn boekje. Misschien zit er wel iets tussen wat ik kan gebruiken als startpunt voor mijn onderzoek.

“BIGGER, better, more” Is een quote die in mij opkwam en mij wel aanstaat. Misschien wordt het begrip groot wel mijn uitgangspunt. Wat is groot en wanneer is iets te groot? Een cool project wat in dit straatje past is het RedBall Project.  Ook gezien het feit dat dit project groot is met weinig middelen, namelijk een bal met lucht. Tevens heb ik de wens iets te maken wat tijd kost en wat ik niet van A tot Z kan verzinnen. Door onderzoek, stuntelen en cadeautjes vinden wil ik iets ontwikkelen.

20181129 |De klas wordt vandaag in een afstudeermeeting met Marloeke & Hans ingelicht over het proces van afstuderen. Wat zijn belangrijke data, personen, lessen en andere zaken die wij niet moeten vergeten om aan het einde van de rit met een diploma in onze handen te staan. Veel inspiratie en uitgedachte ideeën heb ik nog niet, mijn focus ligt nu nog op het afronden van het Sencity project.

Ik heb voor mijzelf een klein afstudeerboekje geregeld waarin gedachtes, ideeën, feedback en belangrijke opmerkingen genoteerd kunnen worden. 15cm x 15cm, ongelinieerd,  groen en met een luiaard op zowel de voor als achterkant van het boekje. Het beestje heeft zijn ogen gesloten en straalt met zijn houding rust en kalmte uit. Ik word er zelf ook rustig en kalm van en zo wil ik graag mijn afstudeer traject ingaan en blijven ervaren.

 

 

 

 

 

20190510 |  Deze week ben ik verder gegaan met het ontwikkelen van verschillende ‘instrumenten’ binnen de installatie en heb ik mij bezig gehouden met de volgende vraagstukken; Wat heeft welke betekenis? Staat het er met een reden? Wie mag de installatie aanraken en wanneer?

Ik heb met een GoPro camera enkele test beelden geschoten, zodat ik tijdens de opbouw opnames kan maken.

Daarnaast ben ik aan de slag gegaan met verschillende microfoon zoals de Shure SM57, Rode NTG/1NTG2 richtmicrofoon en twee verschillende contactmicrofoon. Tijdens het testen met deze microfoon kwam ik er achter dat slechts het geluid versterker in de installatie niet genoeg is om van toegevoegde waarde te zijn. Er moet een bepaalde vervorming in zitten om bij te dragen aan de ervaring. Iets wat wel het geval is met de contactmicrofoons. Naast het inzetten van dit laatste is het een idee om te gaan testen met loopstations om zo live geluiden te kunnen remixen in plaats van achteraf op de computer. Ook heb enkele audioopnames van de installatie door middel van binaural oortjes aangesloten op een recorder. Waardoor ik in staat was om de installatie vanuit het midden ervan te horen in plaats van locaal bij het object wat ik op dat moment aan het bewegen ben. Dit geeft weer een andere dimensie aan de plaatsing van een toeschouwer.

Gelieve een koptelefoon te dragen wanneer de opname wordt beluisterd.

Tot slot was het deze week tijd om de installatie te demonteren en alle spullen klaar te maken voor het transport naar de expolocatie begin komende week. Hoewel het bouwen van het geheel weken heeft gekost, was de gehele installatie binnen enkele minuten volledig naar benenden.

 

20190503 |  De afgelopen dagen heb ik mij gefocust op het uitbreiden van de mechanieken en geluiden. Zo ben ik eindelijk begonnen aan mijn lattenbodem piano mechanisme. Hierbij heb ik een contactmicrofoon gebruikt om het geluid van impact te versterken. Door sommige latten te voorzien van een trekveer en deze bij de ene lat strakker te spannen bij de ander ben ik in staat om hiermee de toon die de lat maakt te variëren. Het geheel is nog niet erg stabiel en nog niet alle latten zijn gemonteerd, maar begin is er.

Ik heb vier houten ronde platen afkomstig van touwhaspels, maar had tot nu toe er nog niet mee geëxperimenteerd. Door hun ronde vorm zijn ze handig voor het maken van draaibewegingen. Eén van de ideeën die ik hiervoor had was om het in te zetten als soort draaischijf waarop andere objecten kunnen plaatsnemen. Hiervoor heb ik nog geen juiste as gevonden, maar de ijzeren staaf die ik voor handen had dient wel als een goed handvat voor een stuurachtig mechanisme.

Ik wilde naast mechanismen voor de handen ook een mechanisme hebben die met de voeten bestuurd kan worden. Een simpel pendaal idee hiervoor brengt mij al dicht bij wat ik voor ogen heb. Door de platen op verschillende afstanden van de draaias te leggen verander ik de klank. Misschien is het veranderen van de ondergrond een volgende stap.

Soms kom je interessante geluiden tegen wanneer je met een object in je handen hebt en er uit verveling mee gaat spelen. Naast alle zware en laag klinkende klanken van het hout, is metaal een goede hoge en lichte klank om te kunnen toevoegen in het geheel.

Terwijl ik nadacht over hoe ik het geheel tijdens de expo ga presenteerde kwam ik tot de volgende conclusie; Hoewel het geheel stukje bij beetje langzaam vorm begint te krijgen ben ik niet tevreden met de algemene look and feel. Langere tijd gedurende dit proces had het object wat ik zou gaan maken een gelikte, afgewerkte, perfecte, precieze vakmanschap uiterlijk en mechanisme. Gezien de tijd, budget, kennis, werkruimte en gebruikte materialen was dit er nu op terugkijkend een bijna onmogelijke taak op deze schaal. Echter betekend dit niet dat het project gefaald is. Ik ben dit afstudeertraject gestart met het idee dat ik iets zou gaan bouwen, iets groots, iets wat ik niet van tevoren volledig kon uitdenken en misschien zou het auditieve elementen hebben. Als we met deze kennis de huidige staat van mijn project gaan observeren dan zit dit object niet ver naast de visie.

Komende periode ga ik mij focussen op het verder ontwikkelen van mechanismen die geluid maken en deze zo goed mogelijk integreren in de installatie. Alle objecten moeten zo gemonteerd zijn dat ze veilig zijn om mee te kunnen exposeren en eventueel interacteren. Vallende constructies omdat iemand te hard met een deur slaat kan niet. Daarnaast wil ik al mijn beeld en geluid materiaal bundelen tot een video (bekijk de video gebruikt tijdens de groenlicht presentatie voor referentie) waarin duidelijk wordt hoe al het verzamelde materiaal met elkaar zou kunnen klinken als het in één ervaring gebundeld was. Deze presenteer ik bij mijn onderzoek.

Toen ik ging reflecteren op mijn project en waarom ik niet meer tevreden mee leek te zijn ben ik ga kijken naar waar mijn inspiratie en drive vandaan komt.  Hierbij denk ik dan aan de Marble Machine door Wintergatan waarbij de maker in eerste instantie twee maanden plande om het geheel te bouwen en er vervolgens zestien maanden mee bezig was. En momenteel zelfs werkt aan een 2.0 versie. Los daarvan heeft de maker ook veel ervaring en kennis op gebied van het maken van een muzikale compositie. Een gebied waarin ik nog fris en beginnend ben.

Om het geheel visueel kloppend te presenteren heb ik nu het idee om, geïnspireerd op de afkomst van de meeste materialen en het lopende thema binnen dit project namelijk; constructie en bouwen in de steigers/hijskranen, de installatie in een bouwplaats setting te plaatsen. Misschien een afdekzeil als vloer (oranje, blauw, groen of rood), een werkoveral voor mijzelf om te dragen tijdens de expo, gereedschappen ter decoratie en voor reparatie of toevoegen van kleine elementen tijdens de expo en bouwlampen om het geheel uit te lichten.

Betreft het auditieve onderdeel van het project. De installatie zal enkele speakers en microfoons hebben om bepaalde geluiden van de mechanismen te versterken. Mogelijk wordt er over deze speakers ook een basis beat afgespeeld waardoor de drempel voor te verrichte handelingen om het mechanisme is werking te zetten wordt verlaagd.

 

20190426 | Tijdens het vervoeren van enkele nieuwe stukken hout naar het atelier attendeerde iemand mij erop dat de oranje spanbanden die ik gebruikte om het hout bij elkaar te houden op de fiets een mooi contrast veroorzaakte. Na een latere eigen blik kan ik mij wel vinden in deze observatie. De felle oranje kleur steekt goed af met het natuurlijke, iets wat oude/viezige karakter van het hout.

Ik zit al een tijdje met de vraag of ik de huidige constructie van mijn installatie nog moet verven. Of in ieder geval moet onderzoeken hoe ik een eenheid kan creëren. Mogelijk zou het touw wat ik gebruik allemaal een en dezelfde felle kleur kunnen zijn of bepaalde onderdelen van de installatie die belangrijk zijn geverfd of gebeitst. Momenteel zijn alle touwen in de installatie zwart of net niet wit aangezien dit was wat ik voor handen had en vrij neutraal is. Kleuren die eventueel het accent kunnen bieden zijn oranje, lime groen en rood. Geel was ook een tijdje een optie, maar deze kleur valt waarschijnlijk in het niets tussen al het hout. De kleur blauw wekt bij mij niet heel veel spanning op in deze situatie dus valt waarschijnlijk ook af.

Aangezien de deadline voor de technieklijst om de hoek komt kijken heb ik ook wat geëxperimenteerd met mijn ideeën om bepaalde geluiden van de installatie te versterken. In de eerste testen heb ik dit gedaan met contact microfoons. De fruitkratten waren zeer geschikt voor de testen waarbij ik met mijn handen contact maakte met het hout, aangezien ze de trilling goed doorgaven aan de microfoon. Bij de pallets, hangende balken en het steigerhout was dit helaas minder succesvol.

De microfoon bevestigen aan één van de bewegende onderdelen om het geluid te versterken had wel effect, maar deze was minder interessant dan dat ik had gehoopt. Deze opstelling wil ik nog verder onderzoeken met eventueel meer speakers om het geluid verspreider te kunnen afspelen in tegenstelling tot de nu één mono speaker setup.

 

20190422 | Omdat het geheel er nu nog vrij ‘lullig’ (lees synoniemen; kaal, amateuristisch, net niet) uit ziet heb ik in een middag de ruimte geprobeerd te vullen en het bijbehorende mechanisme even voor lief gelaten. Ik merk dat door toevoegen van elementen het steeds meer een samenhangend geheel wordt, waardoor het er ook meer uit gaat zien als een ‘ding’ (lees; installatie, object, kunst) in plaats van random aan elkaar geschroefde objecten.

Hoewel het belangrijkste element, namelijk mechaniek dus nu nog wat liefde verdiend begin ik nu wel steeds meer het beeld wat ik in mijn hoofd had voor ogen te zien. Ook kan ik kijken hoe ik de vormen kan bewegen in plaats van beweging te vormen. Waarbij dit tweede een oneindige hoeveelheid mogelijkheden biedt.

 

20190419 | We hebben de expolocatie bezocht en er is een voorlopige indeling gemaakt voor wie, waar waarschijnlijk gaat exposeren. Mijn eisen voor de ruimte waren vrij simpel; een grote ruimte en een plek waar veel geluid gemaakt kan worden zonder de rest van de expositie te veel verstoren. Ook heb ik geluisterd naar de akoestiek binnen verschillende ruimte op zo te kijken wel ruimtes meteen afvallen. Hieronder een foto van de ruimte waar ik waarschijnlijk ga exposeren. De ruimte is iets meer dan 5x5m, waarvan één zijde schijn afloopt. De ruimte heeft twee deuren, grote raampartijen en een zij ruimte waar ik mogelijkheden zie om mijn onderzoek te presenteren.

Met deze ruimte in gedachte heb ik gekeken naar hoe groot mijn huidige houten opstelling is en hoe deze de ruimte in zou nemen. Eén van de dingen die mij vrijwel meteen opviel was dat de ruimte op de expolocatie vrij laag is (2,4m). Hoewel de hoogte voor de installatie nog niet vaststaat zie ik het voor mij dat deze hoger wordt dan 2,4m. Voor het exposeren op de expositie moet ik dan een systeem bedenken waardoor ik de installatie kan inkorten (denk modulair systeem).

Tot slot ben ik nu aan het kijken hoe ik de verschillende stukken hout die ik her en der heb verzameld kan inzetten. Ik vind vooral de ronde schijven op de foto hierboven zeer interessant omdat ze niet alleen draaiende bewegingen stimuleren, maar ook een recht, glad oppervlakte hebben met gaten waar touwen makkelijk doorheen getrokken kunnen worden. Dit kan ik eventueel gebruiken als duidelijke interactie code.

 

20190416 | Beetje bij beetje vind ik overal en nergens stukken hout en andere materialen die ik kan gebruiken in de installatie. Het plaatsen van de verschillende stukken voelt nog erg random. Ik begin steeds meer warm te lopen voor het idee van ‘afval’ materialen verzamelen en kijken hoe ik deze op andere manieren in kan zetten in plaats van alleen maar zoeken naar ‘muzikale systemen’.

20190412 | Het langverwachte moment is dan eindelijk daar; de Groenlicht Presentatie. Het moment waarop je officieel te horen krijgt of je op de goede weg bent voor het eindexamen. Tijdens mijn presentatie heb ik het publiek meegenomen in mijn proces en de verschillende manieren waarop ik tot nu toe met samenspel heb geëxperimenteerd. Hierbij zijn menselijke handelingen, mechanieken en muziek een belangrijk terugkerend component.

 

20190408 | Na een gesprek met mijn begeleider wordt mijn plan steeds duidelijker. De installatie die ik ga bouwen wordt muzikaal. Door aan verschillende touwen of andere knoppen en hendels te trekken kan de deelnemer het mechanisme in werking zetten waardoor het geluid maakt. Met mechanisme is opgebouwd uit verschillende stukken hout, scharnieren, schroeven bouten, pallets noem het maar op. In het gesprek kwam het gebruik van oude fietsen, olievaten en andere objecten naar boven als een soort verzameling van alle spullen die je maar kan vinden. Denk hierbij aan het werk van Sarah Sze. Een grote hoeveelheid van ‘afval’ wat samen een prachtig geheel vormt. En de Roude De Bicyclette van Marcel Duchamp; een fietswiel op een krukje. Waarbij het eerste voorbeeld gaat over de veelheid, de kwantiteit van de materialen gaat het bij het tweede voorbeeld meer over de kwaliteit. Het vraagstuk over kwantiteit en daarmee grootheid slaat op het deel van mijn onderzoek dat gaat over het gevoel van grootheid en overwelving. Echter voel ik weinig voor het gebruik van ‘afval’. Dit neemt een bepaalde lading en boodschap met zich mee wat meer de nadruk legt op de boodschap dan op dat wat het daadwerkelijk is; namelijk een verzameling van materialen met een bepaald mechanisme wat door ermee te interacteren muzikaal wordt. Het kan dus ieder materiaal zijn, maar ik maak de keuze om het geheel voornamelijk van hout te maken. Dit om de esthetiek van het materiaal even als de bewerkbaarheid en de toegankelijkheid (lees makkelijk te vinden/aan te komen). Of hout de juiste klank heeft voor het muzikale aspect van de installatie is nog een te ontdekken vraagstuk. Voor nu is het zaak om veel materiaal te vinden waarmee ik kan experimenteren in vorm en mechanisme.

 

20190405 | In mijn hoofd had de constructie die ik wilde maken vaak een vorm van metaal. Echter was ik ook benieuwd naar enkele vormen die ik kon maken met hout. Ik had de vorm van een houten lamp in mijn hoofd en besloot deze vorm op schaal na te bouwen. Aangezien ik zo één, twee, drie geen plan had voor het scharnier mechanisme op deze schaal liet ik deze even voor lief en ging ik kijken waar de vorm en het hout mij zouden brengen. Hoewel ik de vorm en het materiaal zeer interessant vind mis ik nog een manier op het te kunnen bewegen.

In komen de schragen! Het is van hout en heeft één simpele beweging namelijk open en dicht. Aangezien ophangen en dan proberen de schragen open te trekken niet werkte besloot ik de schragen vast te schroeven op een stuk hout en door middel van touw het mechanisme open te trekken. Na één volgde er meerdere en ging ik kijken wat er gebeurde als ik ze met elkaar zou verbinden. Niet alleen ontstond er een mechanisme wat op elkaar reageerde doordat een deelnemer aan een touw trok en ontstond ook een muzikaal spel doordat er geluiden vrijkwamen door de beweging van de schragen en het contact wat deze maakte met elkaar en zichzelf. (Zie video) Hoewel het mechanisme zelf niet vlekkeloos werkte was het kunnen maken van een beat een gegeven waar ik verder mee wil.

Aangezien ik de constructie die ik had makkelijk wilde uitbouwen besloot ik de schragen ook op schaal te maken om de kijken of ik het muzikale aspect ook ‘puppet style’ kon nabootsen.  In deze video zie je hoe dat eruit zag en klonk. Hoewel dus nog zoekende naar een vorm heb ik nu besloten dat het object wat ik ga bouwen een muzikale toon moeten hebben wanneer ermee geïnteracteerd wordt.

 

20190403 | Na interessante avond bij een meetup van V2 over machine art zijn er enkele namen en werken naar boven gekomen die mij inspiratie gaven om wat dingen uit te proberen. Denk aan het werk van Barry Schwartz ‘The Optic Nerve’  waarbij hij hoogspanning en invloeden op metaal gebruik om muziek instrumenten te maken. In deze performance bestuurt hij ook een tv scherm op een lang mechanisme als een soort giraffennek met als hoofd de tv. Het samen spel van de tv en de performer in combinatie met het maken van een muzikale compositie intrigeert mij. Voor mijn onderzoek zag ik het al voor mij hoe een deelnemer zelf zo’n giraffennek mechanisme kan besturen om zo contact te maken van een ander mechanisme of machine.

Het werk ‘Ancestral Path’ van by Amorphic Robot Works is een verzameling van verschillende mechanische en/of robotische installaties variërend in grootte. Deze installaties hebben ieder voor zich een menselijke/ beestelijke vorm of houding. Hoewel dit niet de richting is die ik perse op wil vind ik de abstracte vormgeving die merendeel van de installaties hebben wel erg fascinerend. Voor het maken van enkele ‘poppen’ die ik kan besturen heb ik gekeken naar hoe het ding moet bewegen en eruit zonder dat het te veel ‘levend/organisch’ uitstraalt.

Bij het eerste ‘puppet’ ontwerp ben ik uitgegaan van een beest op vier poten en een hoofd. Ik wilde weten hoe het is om een objecten te laten bewegen en leven te geven, maar vond het moeilijk om dit met een random vorm te doen dus begon ik met dat wat ik kende. In mijn hoofd visualiseerde ik de bewegingen van een paard, maar de ‘puppet’ had ieder willekeurig vierbenig wezen kunnen zijn.

In eerste instantie gebruikte ik touw om de benen van de puppet te bewegen. Echter kwamen de specifieke bewegingen van mijn vingers slecht over en kon ik alleen van bovenaf de puppet bespelen doordat het draad op spanning moest blijven staan. Note: Het was niet het idee dat ik de puppet één op één zou bespelen, maar dat de beweging van mijzelf kon worden omgezet in beweging van de puppet. Het touw vervangen door ijzerdraad werkte beter en zorgde ook voor meer onverwachte bewegingen. Iets wat zowel positief als negatief was. Positief als in de beweging van mijn hand werd minder één op één. Negatief als in de bewegingen waren nu soms veel te random. Ik koos ervoor om de puppet met mijn vingers te bespelen om de beweging zo klein mogelijk te houden en ook iet wat onwennig. De meeste handelingen die wij mensen doen zijn vaak met de hele handen en ik wilde zien wat er gebeurde als er per vinger specifiek een beweging werd getriggerd. Later wil ik kijken hoe beweging wordt ervaren als het met het gehele lijf wordt gemaakt. Bijvoorbeeld in plaats van een duim een linker been en een rechter arm in plaats van een wijsvinger.


Bij de tweede puppet ben ik gaan kijken of de vorm minimaler kon. Ook had het ijzerdraad weinig gewicht waardoor de ledematen van de puppet alle kanten opvlogen zonder gevolgen van zwaartekracht. De tweede puppet was daarom van koper. Het ijzerdraad voor de besturing van de ledematen en het touw voor het omhoog kunnen trekken zijn gebleven.

Er kwam bij deze constructie een menselijke vorm naar boven. Aangezien de puppet niet vast zat aan een frame en de afwezigheid van een hoofd kon de verzameling van stukje koper zowel op vier poten lopen als rechtop staan en zich op twee poten voortbewegen. Ook leek deze puppet meer emoties over te kunnen brengen doordat deze in z’n algemeen meer bewegingsvrijheid had. Hierdoor werd het geheel echter al snel een theatrale poppen voorstelling in plaats van omzetten van eigen bewegingen in beweging van een niet leven object/ mechanisme.

Ook wil ik nog het werk van Bernie Lubell vermelden welke aan bod kwam bij de V2 Meetup. Hoe deze man houten installatie maakt en laat bewegen is echt prachtig. De esthetiek en bewegingen van zijn werk is wat ik bijna mijn hele onderzoek al in mijn hoofd voor mij zie en mogelijk is dit een richting die ik op ga.

Tot slot nog twee mooie quotes van de V2 avond:

“The machine does not need a human. It is there. It is performing.”

 “Become inspired by your own work.”

 

20190326 | Over het weekend kwam ik op het idee om de ‘trigger’ vorm te geven als een muziekdoosje. Ten eerste is het een heel klein object met een mechanisme die vergroot kan worden. Ook heeft het van zichzelf al een vrij duidelijk code over het gebruik en doel er van. Het muzikale aspect ervan vind ik ook interessant aangezien audio een terugkomend element is in dit onderzoek en ik hiermee kan spelen met hoe de ervaring zal klinken.

Na onderzoek op gebied van waar ik een muziekdoosje kan kopen om mee te testen en hoe zo’n apparaat nou werk, kwam ik op deze video waarin het mechanisme wordt uitgelegd. Ook kwam de naam ‘Wintergatan’ weer naar boven. Deze man heeft al vele muziekdoosjes gemaakt en heeft ook vele video’s waarbij hij op bezoek gaat bij musea met verscheidene muziekdoosjes. Na het zien van deze video’s bedacht ik mij dat het muziekdoosje zelf al een heel mechanisme is en de vraag rees of ik waarmee dan de ‘trigger’, ‘converter’ en ‘climax’ al niet in één systeem had zitten?

 

20190322 | Tijdens een gesprek met de begeleiding kwam de vraag naar voren waarom het publiek aan mijn installatie zou willen deelnemen. Is het een eenmalig systeem dat gereset moet worden na gebruik (Denk deelnemer draait en een peer wordt geplet) of zit er een bepaalde continuïteit of herhaling in? Het geheel deed ook denken aan het Lauf der dingen principe. Veel gedoe voor iets heel kleins of onbenulligs. Ook was er de vraag of de gemaakt beweging een soort copycat kon zijn (denk een hand met sensoren die iets groters aansturen).

In mijn onderzoek lijkt het te gaan over een systeem wat een one trick pony is of een copy, maar dan vergoot of verkleint. Het is een systeem wat mits aangestuurd in beweging wordt gezet. In het systeem zit een muzikale compositie verwerkt die alleen te horen is als het systeem beweegt. In een ideale situaties zitten er ook variabelen in het systeem. Zo’n variabele kan bijvoorbeeld veranderen doordat de deelnemer een hendel omzet of een draaisnelheid aanpast.

Hoewel ik in mijn hoofd weet wat het niet of juist wel moet zijn, maar hieraan nog geen vast beeld of precieze woorden kan geven hebben mijn begeleider en ik een systeem bedacht waarbinnen ik kan ontwerpen. Een soort drieluik met de volgende 3 elementen;

1) De trigger/handeling; een uitnodiging voor de deelnemer om te interacteren. Dit kan een knop zijn of een hendel waaraan getrokken moet worden. Heeft mogelijk tekst nodig om context te geven voordat het systeem in werking wordt gezet. Het is de trapper van een fiets

2) De converter/mechanisme; door de trigger wordt het systeem in werking gezet en ontstaat er een beweging. Deze beweging kan heel kort en klein zijn, maar ook uit vele elementen bestaan en ‘onnodig’ laan zijn. Dit mechanisme dient als een converter tussen de trigger en de cimax Het is de kettingkast van de fiets

3) De climax/beloning; Dit is waarvoor de deelnemer het doet. Dit kan het pellen van een peer zijn, het omslaan van een pagina in een boek zodat je het verhaal kan lezen of een andere vorm die de nieuwsgierigheid wekt voor meer. Het is het wiel van de fiets.

 

20190320 | Als beeldspraak kwam hij al enkele keren naar voren, maar nu is het moment gekomen dat er ook daadwerkelijk een peer in mijn onderzoek aanwezig is. Met kleine onderzoekjes naar hoe vaak past een peer in een volkswagen polo, zinnen als “De mens is net als een peer een waterige zak. Zacht en fragiel.” en ideeën om met de allergrootste machines een peertje te pellen heb ik de proef op de som genomen en een truss tegenover een peer gezet. Uiteraard had het peertje geen schijn van kans in het gevecht om de sterkste, maar het contrast tussen de harde, holle, grote, metalen truss en het semi zachte, massieve, kleine, organische peertje wekte wel een bepaalde verwachting en spanning op. De truss valt, maar raakt de peer net niet. Gelukkig of toch jammer? De truss valt en splijt de peer in tweeën zonder enige weerstand. Euforie of toch geschrokken over het gemak waarmee de peer in stukken door de ruimte vliegt?

Een truss is vele male groter dan een peer. Maar wat nou als je zowel een normaal formaat truss als een miniatuur truss naast een peer zet? Hoe verandert deze schaal dan? Kun je door te spelen met de schaduw van de truss voordat deze in beeld komt, de kijker laten anticiperen op een bepaald formaat truss? Hoe beïnvloed de afstand van truss tot de cameralens de perceptie van grootte en verhouding?

 

20190318 | Waar ik vrijdag een vrij duidelijk beeld had van wat ik wilde, was ik afgelopen weekend en tijdens presentatie moment 2 het overzicht kwijt. Ik stelde mijzelf veel vragen, maar gaf er geen antwoord op. Ik had geen vorm voor ogen en wist niet wat de eerst volgende stap zou zijn. Tijdens de feedback op de presentatie kreeg ik als suggestie om te kijken naar ‘Hotel Deluxe’ en werd er een vergelijking gemaakt met het verhaal van ‘David en Goliath’.

/* Het lijkt te gaan over vervreemding in herkenbare objecten en de verhouding tussen groot en klein. Een (wisselende) machtsverhouding tussen twee elementen (mens vs. object), waarbij een samenspel ontstaat, waar eventueel ook gevaar om de hoek loert. Het gaat niet over een poppenspel, waarbij de een de ander bespeelt en de ander achteloos doet wat hem wordt opgedragen. Het object doet wat het moet doen volgens een protocol, maar doordat de mens een interactie aan gaat met het object ontstaan er imperfecties. Het gebruik van de mens geeft karakter aan het object. Het gaat over de overweldiging of tegenvalling van het object. De verwachting die de mens heeft van het object en hoe het object reageert op de manier van handelen door de mens. */

Ook hebben we te horen gekregen waar we dit jaar mogen exposeren. Namelijk het Pieter Baan Centrum te Utrecht. Een zeer karakteristiek gebouw met een eigen verhaal. Misschien kan de locatie mij ook helpen in het vinden van een werkvorm.

 

20190315 |  Aan de hand van gesprekken met mijn begeleiders zijn er een aantal elementen naar boven gekomen die belangrijk zijn in mijn onderzoek.

Verwachting: De verschijningsvorm van het object wekt een bepaalde verwachting en daarbij een handeling. Hierbij gaat het om de performatieve kwaliteit van dit object. Hoe ziet het eruit, hoe ruikt het, klinkt het en hoe gedraagt het zich? Wat verwacht, kan en wil een mens met dit object? Hoe kan ik als maker hiermee spelen? De spanning die tussen verwachting en daadwerkelijke gebeurtenis ontstaat en mogelijk het gevoel van gevaar of ‘oh dat ging net goed’ in deze spanning vind interessant.

Waarde: Het object heeft van zichzelf al een bepaalde waarde, maar door de context te veranderen wordt deze waarde anders. De originele functionaliteit van het object verandert, waardoor de toeschouwer (in dit geval ikzelf als maker/onderzoeker) anders kan kijken naar de waarde van het object. Dit is voor mij een herkenbaar thema, als in ik zie het in eerdere werken van mijzelf terug komen. Het gaat niet over de waarde die het al heeft, maar het anders of opnieuw kunnen kijken naar de waarde van het object of de ervaring. Het veranderen van de perceptie. Het bewustzijn van de mens in het verhaal.

Verschaling: Met grote precieze, een heel groot object in beweging zetten om een klein effect te bereiken.  Of een kleine handeling met grote gevolgen. Het menselijke kunnen naast het kunnen van een object zetten. Het verlengde van elkaar zijn, maar niet kunnen voelen waartoe beide in staat zijn en dit ervaarbaar maken.

Hieruit volgde ook enkele werktitels: ‘De grote kleinheid van de mens’, ‘Een onderzoek naar de kleine grote dingen in het leven’, ‘Klein kunnen, groots doen’, ‘Groot zijn en klein doen. Klein zijn en groots doen’ en ‘Petite Énorme/Grand’.

 

20190313 | Het begon als een vraag om een handje te helpen, maar liep uit in een speelse interactie met de truss. Samen keken we naar hoe het object bewoog afhankelijk van hoe er aan de touwen getrokken werd. Het begon rustig en beheerst, maar liep al snel uit in wild zwieren en zwaaien. Ook maakte de truss een interessant geluid wanneer deze over de grond schraapte. Dit schrapen vergde overigens enige concentratie van beide hijsers, omdat de beweging van het schrapen vrij nauw liep met optrekken en loslaten. Hoewel opstelling dus vrij simpel (en onbedoeld) is, blijkt het toch effectief in samenspel uitlokken.

In mijn onderzoek om te kijken of mijn huidige materiaal; de truss, ook daadwerkelijk een truss moet zijn, had ik het idee om lampjes te bevestigen aan de truss en vervolgens de ruimte te verduisteren zodat slechts het licht van de lampjes te zien is en deze als ware gaan dansen wanneer de truss bewogen wordt. Echter kreeg ik het niet voor elkaar om de ruimte hiervoor donker genoeg te krijgen. Een vervolg test hierop staat nu op mijn to-do lijstje. Het lichtspel wat op de grond ontstond en vergroot en verkleind werd naar mate de truss werd geheven en gedaalt had ook wel iets aparts.

 

20190311 | Tussen het verhuizen naar locatie Blauwkapel door heb ik tijd besteed aan het maken van kleine truss modellen, zodat ik in verschillende schalen kan onderzoeken of trussen het materiaal zijn waarmee ik verder ga. Moeten de trussen, trussen zijn of kunnen deze vervangen worden door een ander materiaal. Op locatie Blauwkapel ga ik werken met driehoekige trussen in plaats van vierkanten. Heeft dit invloed op het beeld? Met de kleine modelletjes wil ik op een snelle manier kijken en variëren in verschillende vormen en mogelijke materialen die allen aspecten bevatten van de trussen, maar toch net iets anders zijn.

 

20190306 | Om mijn lijstje met mogelijke testje af te maken en te kijken hoe ik een theatrale verdubbeling aan kan brengen heb ik de trussen weer opgehangen en door middel van een beamer en camera gekeken hoe het beeld van de hangende truss wordt beïnvloed als hierachter diezelfde truss zowel live als voor opgenomen wordt geprojecteerd.

Ook heb ik een piano erbij gepakt en gekeken hoe het spelen van lage tonen, hoge tonen en combinaties hiervan in bepaalde ritmes het narratief van de beelden kan veranderen. De beelden kregen een bepaalde drama en spanning bij het toevoegen van de tonen. Echter werd het geheel er soms ook een beetje jolig van aangezien het bespelen van de piano tot nu toe enige muzikaliteit en ervaring als componist miste.

Tot slot heb ik ook gekeken hoe ik de trussen met elkaar kon verbinden zodat er een systeem ontstaat waarbij de ene truss beïnvloed wordt door de ander zodra deze laatste wordt bewogen. Interessant hieraan was vooral dat door de ene truss te verbinden met de ander, maar niet vice versa dat het makkelijker (lees lichter) werd om deze trussen omhoog en omlaag te trekken terwijl dit voor de andere truss gelijk bleef.

 

20190304 | In een gesprek met de begeleiding kwam naar voren dat ik momenteel twee verschillende richtingen heb waarop ik mij kan focussen en waarop ik mijn werkwijze kan aanpassen. Namelijk het volgende; 1) Kernelementen bestaande uit trussen, aangevuld met licht en geluid  en 2) Thematiek bestaande uit o.a. schaal en perspectief. De eerste richting biedt de mogelijkheid om te beginnen met één enkel element en vervolgens te kijken wat het op zichzelf verteld en hoe hieraan lagen toegevoegd kunnen worden die dit verhaal versterken. Door middel van het toevoegen of wegnemen van verschillende elementen betekenis geven aan de ervaring. Bij de tweede richting draait het meer over het algemene verhaal en kijken welke elementen die ik nu heb precies dat element moeten zijn of vervangen kunnen worden door iets anders. Voorbeeld hiervan is kijken of de trussen vervangbaar zijn door een houten lat of ander object. Wat in de huidige situatie is vervangbaar zonder dat het de kern verliest? Deze richting creëren een speelveld tussen performatieve elementen en onderliggende thematiek.

Tijdens presentatie moment 1B werd gevraagd of mijn huidige onderzoeksvraag; ‘Hoe ontstaat samenspel tussen mens en object?‘ niet een te open vraag is. Kan ik deze vraag herformuleren zodat er een behapbaar antwoord gevonden kan worden door middel van onderzoek. Voorbeeld hiervan kan zijn: ‘Hoe ontwerp ik een samenspel tussen mens en object’. Ook moet ik kaart brengen welke presentatie methodes is tijdens mijn presentaties gebruik en hoe ik deze in de toekomst in kan zetten. Tijdens deze presentatie had ik er namelijk voor gekozen om saté prikkers na ieder onderwerp binnen mijn presentatie aan het publiek te geven en deze op het laatst met elkaar te vinden om zo de rode draad binnen mijn afstudeer project visueel te maken.

 

20190228 | Ik had het gevoel dat ik mijn rode draad weer even kwijt was. Met alles wat ik tot nu toe had gedaan en interessant vond, waar sta ik dan? Wat heb ik nu eigenlijk en waar wil ik heen en welke kaders heeft dit. Gezien mijn ervaring met de eerdere weken trok ik snel aan de bel bij klasgenoten om te praten over waar ik nu eigenlijk mee bezig was. Het gewoonlijke praatje over ‘filteren’ en verwoorden wat ik nou eigenlijk interessant vind kwam weer boven en hoewel dit inmiddels een beetje mijn neus uitkomt, hielp het in dit gesprek wel om in te zien dat hetgeen wat ik doe wel degelijk kleine stapjes vooruit creëert. Al voelt het soms als random doen om te doen. Het idee van beweging en het besef van hoe groot of zwaar dingen zijn, blijken belangrijke thema’s te zijn. Het verschalen van grootte in het proces van handeling naar effect (denk hendels in hijskranen en knopjes van het hijssysteem bij de trussen). De menselijke (ver)houding tegenover het aanwezige object. Hierbij draait het dan wel over zichtbare of voelbare objecten. Het universum bijvoorbeeld is enorm, maar deze grootheid is moeilijk ervaar te maken in een fysieke ervaring. De Chinese muur was een twijfel geval aangezien je deze wel kan zien en voelen, maar doordat deze langer is dan zichtbaar, is weer de vraag hoe groot is deze dan echt? Het verschil in ervaring tussen het zien van de Eiffeltoren in het echt en op een foto’s is een punt van aandacht. Voor nu wil ik mij focussen op het ervaren van bewegingen en schaal in real life, dus naast de Eiffeltoren in plaats van op een foto of scherm.

Drie testjes die ik heb bedacht binnen dit thema zijn als volgt:

  1. Gewicht en schijn: drie houten blokken. visueel identiek, maar gewicht is totaal anders. Hoe pakt de deelnemer ieder blok op en hoe verandert de verwachting bij het oppakken van het volgende blok.
  2. Macht en controle: Speler is door middel van touw of stokken verbonden aan een performer of pop. De speler bepaald wat er gebeurt en hoe ver deze kan gaan. Hoe ver gaat de speler en heeft het element van ‘levend wezen’ invloed op deze grens?
  3. Beweging: Hoe bewegen hijskranen en trussen en hoe kan ik spelen met deze beweging of hier nadruk op leggen. Licht & geluid kunnen hierbij een rol spelen. Deze test heb ik afgelopen dagen ook al in bepaalde vormen getest, maar ik heb nog enkele andere vormen in gedachte.

 

20190226 | Daar waar ik bij de vorige test met de hand de trussen op moest tillen, kon ik bij dit onderzoek de machine het harde werk laten doen. Met drie trussen op ongeveer gelijke afstand van elkaar en een afstandsbediening waarmee het systeem op twee verschillende snelheden omhoog en omlaag konden, heb ik gekeken naar hoe deze losse elementen samen een compositie konden vormen.

Iets wat mij opviel was dat wanneer de trussen erg schuin stonden en langzaam langs de grond gingen ze bijna tot leven leken te komen. Ze kregen karakter. Zo ging een van de trussen bijvoorbeeld ook sneller dan de andere twee, waardoor je een stuk aandachtiger het geheel moest controleren om zo dingen gelijk te laten gaan. Bij deze test was het ook een stuk makkelijker om het geheel te controleren aangezien ik nu niet afhankelijk was van kracht en uithoudingsvermogen. De machine deed al het werk en ik zat achter de knoppen. De kleine knopjes die het grote geheel aansturen. Deze verhouding tussen kleine handeling/groot effect vind ik zeer interessant en kan ik terugleiden naar de fascinatie voor de hijskranen en andere werkbouwvoertuigen. Deze zijn er juist voor ontworpen om zwaar en groot werk op menselijk niveau te kunnen uitvoeren.

 

20190221 | Ik heb touwen en katrollen geregeld en kan dus mijn initiële idee met het hijsen van de trussen uitproberen. Aangezien bij de vorige test mijn idee van beamen op de trussen zelf minder effectief (trussen hebben te keine oppervlaktes) was dan gehoopt, ging ik bij deze test kijken hoe licht zou bijdragen aan het geheel. Ik had geen lampen, maar wel beamers wat in feite ook een lamp is. Nou wat random presets aanklikken in resolume kwam ik op een splitscreen effect met twee contrasterende kleuren. Door een defect in een van de beamers waren beide projecties niet gelijkt waardoor ik in plaats van twee kleuren, drie kleuren in het geheel kreeg. Doordat er nu geen bewegende beelden waren, maar alleen licht kwam de schaduw die de truss creëerde een stuk sterker naar voren. De vervorming door het bewegen van de trussen gaf een interessant vervreemd 2D beeld.

Verder kwam ik tijdens deze test tot de conclusie dat het hijsmechanisme met de hand vrij ongecontroleerd en niet precies is. Door het gewicht van de trussen is het moeilijk kleine handelingen langzaam uit te voeren zonder dat dit er onhandig uitziet. De wisselwerking tussen truss en performer is dan wel weer interessant, juist omdat de handelingen zoveel kracht en concentraties kosten.

 

20190219 | Met nieuwe inspiratie en fascinatie ben ik aan de slag gegaan. Ik ben begonnen met onderzoek doen naar verschillende kranen en waar ik deze kon vinden. Ook ben ik een dag op stap gegaan met een camera en microfoon om in beeld en geluid hijskranen vast te leggen. Tot mijn verbazing kwam ik er meer tegen dan van te voren gedacht en dit rees bij mij ook enkele vragen op over de alsmaar groeiende steden en dorpen. Zo staat Utrecht Centraal bijvoorbeeld al jarenlang is de steigers en is het zien van hijskranen, bouwhekken en andere machines en constructies bijna onderdeel geworden van het beeld wat bij het station hoort.

De fascinatie voor hijskranen bracht mij ook terug naar een performance die ik in 2017 heb gezien in Amersfoort. Namelijk Tauromaquina. Een voorstelling waarbij een stierengevecht wordt uitgespeeld. De stier is echter een heftruck bestuurt door een performer. Samen met de matador ontstaat er een dans tussen beide waarbij het draait om een machtsspel. Met licht, geluid, acrobatische moves, brandblussers en een knap staaltje controle over de heftruck wordt er een spannende performance gecreëerd waarbij een werkvoertuig opeens verandert in een performer in de vorm van een wilde stier.

De hijskranen brachten mij ook bij het hijsmechanisme in de theaterzaal van de HKU. Bij voorstellingen worden deze gebruikt voor het inhangen van lampen, gordijnen en andere attributen. Merendeel van de tijd hangen er trussen aan dit systeem, maar eigenlijk kan er van alles aan gehangen worden. Voor mijn afstudeeronderzoek ben en wil ik gaan kijken naar hoe dit hijssysteem in combinatie met trussen werkt en of hiermee een performatief beeld gecreëerd kan worden. Hiervoor heb ik al even kort gespeeld in de grote zaal met het systeem en komende dagen ga ik hier nog vaker mee aan de slag.

Aangezien de grote zaal niet altijd beschikbaar is, ben ik ook gaan kijken naar alternatieven. Een truss aan een touw ophangen en dan zelf als hijssysteem fungeren kan natuurlijk ook. Mijn eerste test hiermee was zonder touw of hangende systemen in verband met het nog niet hebben van touw. Ik wilde echter mijn tijd niet verdoen met wachten en heb gekeken naar hoe mijn eerder gemaakte video’s en foto’s van de hijskranen gecombineerd konden worden met het beeld van de trussen. Bij het neerzetten van de verschillende hoogtes kwam de associatie van het bouwen van alsmaar hoger wordende gebouwen naar boven. Op een performance-achtige wijze bouwde ik met de trussen mijn eigen stad. De schaduw van de beamer op muur creëerde een soort van blokkade op de video wat ik ook weer een interessant beeld vond om mee te spelen. Of het idee van het straatbeeld in combinatie met bouwen en huiskranen een blijvend thema is weet ik nog niet, maar het is zeker een onderzoekspad waar ik wel warm van wordt.

 

20190214| Tijdens de presentatie en na de feedback werd het mij steeds meer duidelijk dat ik moet gaan doen wat goed voelt. Iets wat ik leuk vind, waar ik gelukkig van wordt en het maakproces niet teveel te forceren. Ik kreeg als advies om mijn fascinatie voor ruimte en mensen kijken te benutten en te gaan kijken hoe dingen bewegen in de ruimte en hoe ik daarin wil bewegen. Ook waren mensen zeer enthousiast over mijn manier van presenteren met de kaartjes. “Combinatie van geschreven tekst en actief doen dat kan jij heel goed. Dit manier van presenteren ligt jou” en “Ik vind het knap hoe je zo lang mij geboeid houdt, maar ik nog steeds niet weet wat je gaat doen. Dit is belangrijk, maar wat eigenlijk?!”. Er kwamen suggesties over hoe ik deze methode misschien op andere manier in kan zetten en deze vraag begon ik mijzelf ook af te stellen. Zit er in deze manier van presenteren iets wat ik kan gebruiken later? Overigens was dit niet de eerste keer dat ik een soort gelijke manier van presenteren gebruikte. Voor jaar tijdens OASE had ik hiervoor ook een variant gebruikt om mijn conclusie van het vak te presenteren.

Hoewel de presentatie dus erg goed ontvangen was, zat het werkproces mij nog steeds een beetje dwars. De suggestie om te kijken naar mijn omgeving en daar inspiratie uit te halen hielp wel bij het plannen van mijn vervolgstappen. Ik moest museumbezoekjes gaan plannen en vooral veel observeren in plaats van in mijn eigen sop (lees hoofd) gaar koken. Want zo voelde dit maakproces momenteel; gaar, maar zeker niet geschikt om geserveerd te worden. Een van de begeleiders gaf naar aanleiding van mijn verhaal de tip om te gaan kijken of een vorm van samenwerking met andere makers mij kon helpen in het proces en vinden van mijn plek. Een danser werd hier als voorbeeld gegeven en dit idee begon bij mij wel te borrelen. Misschien was dans een vorm waarin ik verder kon gaan kijken.

Een dag na de presentatie zat ik met een klasgenoot onze afstudeeronderzoeken en de presentaties van de dag ervoor te bespreken. Voor mij werd in dit gesprek toch wel duidelijk dat mijn manier van werken nu niet voor veel langer meer zinvol was. De motivatie om te werken was er wel, maar de wil om te maken was vrijwel volledig van de kaart. Dit moest anders. Op de weg richting het station om naar huis te gaan kwamen mijn klasgenoot en ik een hijskraan tegen die bij het postkantoor aan de Neude stond. Zij merkte op wat een fascinerende machines het toch eigenlijk zijn en toen klikte er iets bij mij. Het zijn fascinerende machines. Grote, bewegende, metalen machines met een man achter de knoppen. Zoveel precisie en controle in zo’n lompe grote machine. Mijn hoofd ging aan en de ideeën voor vormen, verhalen en plannen voor komende tijd stroomde binnen. Ik had een plan.

 

20190213| Er was een lichte paniek in mij naar boven gekomen toen ik na een week weg te zijn geweest mij moest voorbereiden op een presentatie over wat voor een maker ik ben en hoever ik was met het afstudeertraject. Lichamelijk en mentaal was ik afgelopen dagen volledig tot rust gekomen, maar nu was het weer tijd om wat te gaan doen. In een gesprek met mijn begeleider hadden we het wederom over wat belangrijke elementen zijn die telkens terugkomen en wat ik nu belangrijk vind, wat is mijn verhaal? Er zijn zoveel leuke dingen in de wereld, maar voor alles is een plaats en een tijd. “Je kunt niet alle ballen tegelijkertijd in de lucht houden”, ga dus kijken wat voor een maker je nu bent of wil zijn. Ik moest elementen tegen over elkaar gaan zetten. Denk bijvoorbeeld aan muziek tegenover audio, wat vind ik belangrijker en waarom? In mijn geval is dit audio. De muzikaliteit van het geluid is voor mij ondergeschikt aan de kwaliteit van het geluid. Het gaat mij meer over hoe geluid op verschillende manieren bij iemand binnen komt in plaats van wat dit geluid dan specifiek is.  We hebben gehad over mijn fascinatie voor de dingen die je misschien niet meteen ziet of aan denkt. Bijvoorbeeld de vele ontploffingen die onder de motorkap van een auto plaatsvinden. Maar ook kwam de vraag wat voor mij ruimte is en of het draait om een deelnemer of meerdere.

Voor mijn presentatie moest ik mij focussen op de taal die ik wil spreken voor dit project en het formuleren van een duidelijk verhaal die resulteert in gerichte feedback. Het idee is dat ik niet nog meer voorbeelden als feedback ontvang waar ik niet perse wat aan heb, maar advies krijg over de dingen die ik nog niet weet. Functionele suggesties. De vorm van de presentatie staat niet vast en ik moest kijken naar waar ik zelf wat aan heb. Om deze reden heb ik er ook voor gekomen om tijdens mijn presentatie niet met een powerpoint of projectie mijn verhaal te doen.

Het klopte voor mij op dit moment in mijn proces niet om met allerlei voorbeelden van makers en werken te komen die moeten invullen wat voor soort maker ik ben. De hoeveelheid makers die dit kunnen vertellen is gewoon te groot en de beelden zouden zowel mijn medestudenten, docenten en mijzelf te veel sturen in een richting waar ik momenteel misschien niet zoveel aan heb. In plaats daarvan ben ik gaan kijken naar mijzelf en waar ik tijdens ervaringen van anderen behoefte aan heb. Wat is mijn behoefte als maker en wat is mijn behoefte als publiek? Door middel van kaartjes met daarop steekwoorden en quotes die ik op een subwoofer gooide tijdens mijn verhaal heb ik een beeld geprobeerd te schetsen van wat ik belangrijk vind in een proces en een eindwerk.

Hieronder een video van een eerste brainstorm/test van deze manier van presenteren.

 

20190211 | Ik ben er even een weekje uit geweest. Afgelopen dagen was ik aan het werk op het Grasnapolsky festival in Scheemda. De afgelegen rustig plekje in het oosten van Groningen. Het was fijn om even niet iedere dag proberen een concept uit mijn hoofd te forceren en bezig te zijn met uitvinden wat ik nou interessant vind en leuk om te doen. In plaats daarvan heb ik iets gedaan wat ik leuk vind om te doen. Namelijk lekker in de weer zijn met materialen en mensen en rondrijden door Nederland om spullen op te halen bij verschillende bedrijven en makers. Ik ben aan de praat geraakt met verschillende makers waaronder een oud DVTG student en een kunstenares die een master aan het KABK heeft gedaan. Hun kijk op de opleiding die ze hebben gedaan en hoe dat aansluit op het werk wat ze nu maken was goed voor het krijgen van inzicht in wat ik met mijn huidige opleiding wil bereiken en wat hierna volgt.

Op het festival waren natuurlijk ook vele artiesten en installaties te zien. Intimate earthquake een werk van bovengenoemde kunstenares bestond uit wearables waarmee de deelnemer twaalf verschillende aardbevingen kon ervaren wanneer deze in de buurt kwam van de installatie. Ook kreeg de deelnemer een geluiddempende koptelefoon op en een deken tegen de kou. Samen met de sterke wind die er stond en het iet wat afvallige gebouw waar het achter plaats vond voelde het als een geheel wat erg passend was op deze locatie (denk aardbevingen in Groningen). Voor mij was het aardbevingsonderdeel echter minder sprekend. Waar ik gefascineerd door werd, was de verplaatsing in trillingen over het lijf door de wearables en het idee dat je heel dichtbij de sensoren in de installatie moest kruipen om deze aardbevingen te mogen ervaren. Het voelde heel intiem en door de afsluiting van de locatie, koptelefoon en het dekentje lag de focus ook volledig op het voelen van de trillingen. De verplaatsing van trillingen vind ik voor mijn eigen afstudeeronderzoek ook interessant op aan te snijden als onderwerp.

De makers ‘Het blauwe uur’ waren op dit festival verantwoordelijk voor een projectie op een van de buitenmuren van de fabriek waar het festival in plaatsvond en een audiovisuele installatie in de oude machinekamer van deze fabriek. De projecties in deze installatie deden de oude machines in de ruimte weer opleven. De projectie werd ondersteund met kleine audio stations die ieder hun eigen geluid maakten die als je door de ruimte liep individueel gehoord konden worden. De makers konden delen van de projectie, audio en het licht live aan en uit zetten om zo enkele uren lang te performen in de ruimte en zo te spelen met de verschillende elementen die ze hadden. Het geheel deed de oude vormen opleven en het kunnen rondlopen binnen de ruimte zorgde ervoor dat je ieder klein detail kon ontdekken en op iedere plek een net iets andere ervaring kreeg. De spatial experience is iets waar ik erg gelukkig van werd en ook wil beamen in mijn eigen afstudeeronderzoek.

Ook nog een kleine ontdekking, als je het zo kan noemen was het kunnen voelen van de muziek door de grote en grote hoeveelheid speakers bij de verschillende podia. Vooral in dit gebouw werden de geluiden ook voelbaar erg goed doorgegeven. Waardoor je de muziek kon ervaren met het hele lijf in plaats van alleen met de oren. De muziek nam als ware het lijf over.

 

20190206 | Om kijken waarom iglo-achtige vormen terug blijven komen in mijn ontwerpproces besloot ik om met papier-maché enkele iglo vormen te maken. Hoewel het maken ervan erg therapeutisch was en het gevoel gaf dat ik eindelijk iets productiefs en in vorm aan het maken was, gaf het mij niet echt antwoorden op de vraag die aanleiding was om ze te maken.

In een gesprek met mijn begeleider werd ook de nadruk gelegd op het sorteren van mijn gevonden bronnen en inspiratie. Mijn bronnen vallen redelijk in hetzelfde straatje, maar hebben toch zeer uiteenlopende doelen. Door deze te sorteren kan ik een beeld krijgen van wat voor mij van belang is en waarom. Ook krijg ik de suggestie om “meerdere pannetjes op het vuur te zetten” en zo te kijken wat wel of juist niet leidt tot nieuwe inzichten en ideeën. Echter moet ik wel keuzes blijven maken. Het kan niet blijven bij “Oh dit vind ik leuk! En dit! En dit!”. Ik snap wat er gezegd tijdens het gesprek, maar in mijn hoofd heb ik niet het idee dat het mij heel veel verder heeft gebracht. Het geeft mij een systeem om te komen tot iets nieuws, maar ik weet niet of dat nu het iets is wat ik nu nodig heb.

 

20190202 | Iets met klei? Misschien als materiaal voor een maquette of vormproefjes. Het met de handen kunnen vormen in iedere vorm en de enorme bewerkbaarheid spreekt mij aan. Ik moet een pakketje klei gaan halen om mee te spelen.

Ook blijven koepel, igloo, ballon, paddestoel, luchtige kriebels terug komen in mijn schetsboekje. Wordt mijn project dan toch een soort rare cave. waarbinnen er iets ervaren moet worden? Iets waarbij rust of geluid centraal staat? Een soort muziekhutje of juist een geluiddicht hutje?

De beeldspraak voor de lege waterbron gebruiken als inspiratiebron. Ik ging er wel van aan! Misschien als letterlijke performance of misschien als installatie waarbij je door een mechaniek (twee) emmertjes water halen gaat. Misschien wordt dat wel wat te letterlijk, maar het roept wel de volgende vraag bij mij op: Als mijn waterbron (inspiratiebron) leeg lijkt te zijn, waar zoek ik dan mijn water (inspiratie)?

 

20190131 | Ik heb gekeken naar het werk van Toshio Ewai. Het vinden van zijn eigen portfolio was niet al te makkelijk, maar ik heb wat beelden kunnen vinden. Hoewel ik zie waarom de begeleiders deze ontwerper voorstelde, vind ik over het algemeen zijn werk toch niet heel inspirerend. Naar mijn mening is zijn werk veelal gericht op een 2d (platte) vorm en/of digitaal medium. Iets waar ik niet perse naar op zoek ben in de afstudeer traject. Mijn hoofd staat meer naar ruimtelijke beelden die met zo min mogelijk kabels of programmeur werk hun ding kunnen doen. Echter vond ik het beeld van ‘remote piano installation’ zeer mooi. Ik zag het voor mij als een projectie/pepper’s ghost waarin een pianist te zien is door het publiek aan de andere kant van het glas. De bezoeker zou aan zijn kant een ‘nep’ piano kunnen spelen waardoor de projectie pianist wordt getriggerd en de melodie van de bezoeker speelt.

Ook heb ik moeite om gemotiveerd te blijven en verder te gaan met het project. Een beeldspraak die ik hiervoor heb bedacht is als volgt; “Het voelt alsof je iedere dag water wil halen bij jouw bron, maar zodra je daar met je emmertje aankomt blijkt de bron droog te zijn. Dit gebeurt iedere keer dat je langs gaat en iedere keer ga je met een lege emmer naar huis. Sommige dagen ga je op zoek naar de oorzaak van de droogte of haal je je water uit andere kleinere bronnen, maar dit stilt de dorst voor water voor korte tijd.” Hoe doorbreek ik de verstopping die deze droogte veroorzaakt zodat ik weer water kan putten uit de bron?

 

20190128 | Zowel in mijn hoofd als in mijn OASE presentatie had ik geen planning. Dit was dan ook het eerste waarmee ik aan de slag ging voor de presentatie tijdens de kick off. Dit ook omdat de gedachte van een project zonder echte structuur in planning mij de kriebels bezorgde. Hoe ging ik ervoor zorgen dat ik niet de ene dag ontzettend productief van 10 tot 10 aan de slag was en de volgende dag de helft van de tijd in mijn pyjama in bed blijf hangen? Een planning met daarbij ook de verschillende dingen die ik wil onderzoeken en welke focus dit onderzoek dat heeft. Om het zo op papier te zien geeft al veel rust in het hoofd en iet wat hoop dat het wel goed gaat komen met mijn dagen nuttig vullen. Ook neem ik de tijd om goed voor mijzelf op een rijtje te zetten wat ik wil vertellen tijdens de komende presentatie en welke beelden daarbij horen. Hoewel ik nog steeds veel vragen heb over waarom en hoe helpt het mij wel om meer focus te brengen in mijn presentatie.

Deze focus blijkt waardevol tijdens de Kick-off presentatie. Ik heb een helder beeld in mijn hoofd en kan met meer zelfvertrouwen dan vorige keer vertellen over mijn proces tot nu toe. Vanuit de aanwezige groep krijg ik vragen over mijn doel met dit project: Wil ik mensen toegang geven tot een fenomeen, draait het om de esthetiek waarbij je aan het exploreren bent of gaat het of het samen maken van een compositie? Ook moet ik kijken naar mijn verschillende bronnen en deze categoriseren aan de hand van deze vragen. Ik benoemde namelijke bronnen met verschillende doelen die niet perse in een en dezelfde straatjes passen. Wat wil ik nou eigenlijk maken, een instrument? een systeem? een leuke muzikale oefening? Waar is in mijn verhaal het performance gedeelte gebleven binnen de IPD formule en hoe ga ik hiervoor zorg dragen? Tot slot krijg ik als tip om te gaan kijken naar het (vooral wat oudere, muzikale) werk van Toshio Ewai.

 

20190126 | Ik hoor een prachtig geluid terwijl ik door het centrum van Den Haag loop. Het geluid komt niet uit mijn koptelefoon, maar wordt geproduceerd door een jongedame op straat met een harp. Ik ben verkocht en gedachtes over een harp in mijn project schieten door mijn hoofd. Ook de sterke bass van de speakers bij het KABK gebouw dreunen door mijn hoofd. Een groep jongeren had zich om deze verzameling speakers gevestigd en leek helemaal relaxed mee te gaan op de ervaring van de twee meter hoge speaker toren. Het prachtige geluid van de harp en de diepe bass van de speakers brengen mij bij de contrabas, ook een instrument waarvoor ik veel liefde heb. De muzikale prikkels geven mij ideeën over grote installaties met strings (snaren) die meterslang gespannen zijn waar het publiek of een performer mee kan spelen.

Niet alleen was mijn bezoek aan KABK goed voor inspiratie en het kijken naar vervolg studies, ik heb er ook een interessante maker ontdekt die werken maken die in lijn liggen met mijn interesse gebied. Ik heb contact met haar opgenomen over het lezen van haar publicatie over de ervaring van het horen in de 21e eeuw.

 

20190125 | Terugluisterend naar de resultaat van en de feedback op mijn OASE test ben ik mij gaan voorbereiden op de OASE eindpresentatie en kick-off presentatie. De groep was overwegend positief en vond het leuk om de oefening die ik ze had gegeven te doen. Bij alle drie de testen waren de geluiden die de groep maakte vrij random en sloten niet perse op elkaar aan. In de feedback wordt daarom ook de vraag gesteld hoe het zou zijn als iedereen een specifieke noot aanslaat in plaats van een geluid. In de eerste test (waarbij de groep met de ruggen naar elkaar toe staan) is de groep vooral bezig met op elkaar reageren door middel van de geluid die ze maken en spelen daarbij met ritme, herhaling en stilte. In test twee en drie (de groep staat met de gezichten naar elkaar toe) is de groep meer gefocust op het uitlokken van een reactie bij de ander. De hoeveelheid gelach neemt ook toe naar mate we langer bezig zijn. De groep is reactief op sociaal niveau in plaats van compositie niveau. In test twee zit er ook veel variatie in het geluid wat de deelnemers maken. Soms is deze snel en hard, soms langdradig en zachtjes. Er lijkt meer emotie in te zitten, waardoor het geheel ook een stuk chaotischer klinkt. In test drie daarentegen komt er meer rust. Dit waarschijnlijk omdat er nu een persoon verantwoordelijk is voor het aan en uitzetten van de groep. Een vraag die tijdens de feedback ronde wordt gesteld is of de aanwezige regelset samenspel stimuleert of juist tegenwerkt. Ook is er de vraag hoe het zou zijn met 50 mensen of als de deelnemers vrij rond kunnen lopen en waar gaat het eigenlijk om? Draait het om geluiden maken, grappig zijn of het volgen van de spelregels. Een idee wat ikzelf al had was het toevoegen van een bestaand ritme of muziekstuk, dit idee kwam ook naar voren in de feedback sessie. Een van de belangrijkste dingen die we uit deze test halen is de loop van spel -> compositie -> spel en hoe dit zichzelf kan overstijgen? Ook het analoog uitvoeren van onderzoek blijkt waardevol.

Echter lijkt al deze feedback mij nog steeds niet heel veel verder te helpen in mijn hoofd. Ik krijg wel enkele ideeën over hoe constructie eruit kan zien waarin meerdere mensen een handeling kunnen uitvoeren die een muzikaal tintje heeft, maar deze spin en keverachtige vormen helpen mij niet meteen verder met de achterliggende gedachte van het project. Zelfs de ideeën van ruimte en sterrenstelsel die in mijn hoofd inspiratie geven voor vormen geven geen antwoorden op mijn vragen. De beelden die ik in mijn hoofd heb doen mij echter wel mijn onderzoeksvraag veranderen namelijk: “Hoe ontstaat samenspel tussen mensen en machines”. Hoewel het woord machines niet helemaal de lading dekt van de beelden in mijn hoofd besluit ik het voor nu toch maar te gebruiken. Ook gaat het mij niet perse om mensen en machines samen te laten komen, maar meer over het samenkomen van mensen onderling door middel van een object/machines, dus verander ik de onderzoeksvraag nog net een klein beetje: “Hoe ontstaat samenspel tussen mensen met machines”. Voor de OASE eindpresentatie omschrijf ik de vorm van mijn eindwerk als: “Ruimtelijke, beeldende installatie waarbij geluid, beweging en licht een variabele zijn. Het publiek heeft invloed op de installatie.”.

De presentatie wordt beter ontvangen door de groep dan dat het in mijn hoofd wordt ervaren. Ik had meer tijd willen steken in de presentatie zelf en mijn hoofd voelt nog wat chaotisch. Als feedback krijg ik dat het verhaal heel helder en dat mijn denkproces goed te volgen was, maar dat het verhaal nog iets scherper moest. Zo werd de groep iet wat verward doordat ik het een zeer visueel werk met licht benoemde wat niet perse aansloot op het verhaal van de eerdere slides in mijn presentatie. Het woord machines in mijn onderzoeksvraag wekt ook de verkeerde gedachte op en als alternatief wordt het woord systemen genoemd. De vraag wordt dan “Hoe ontstaat samenspel tussen mensen d.m.v. een systeem?“. Het viel de groep ook op dat ik vooral praatte over draaide mechanismes, iets wat mij nog niet was opgevallen. Als tip kreeg ik dan ook om de cirkel in mijn verhaal rond te maken voor de presentatie tijdens de kick off.

 

20190124 | Ik zit nog steeds met enkele vragen vast in mijn hoofd. “Waarom maak ik dit project? Wat is mijn urgentie en zou ik dat wat ik ga maken ook maken als het niet voor een ‘schoolproject’ was? Waar kan ik het aan relateren: is het gewoon kunst of voegt het wat toe aan de maatschappij? Voor wie, wat of waar maak ik het eigenlijk? Met welk doel of verhaal?”. Er komt een helikopter aan vliegen. Ik voel en hoor hem eerder dan dat ik hem zie. Het gedreun is merkbaar van veraf en ik maak ook meteen de associatie met een straaljager die door de geluidbarrière gaat. Het gevoel en het gevoel daarvan geeft mij rust. Dezelfde rust die ik ook ervoer toen ik onder de uiteen klappende bloemenlampen van studio Drift lag in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Aangezien ik rust vind in mijn hoofd tijdens het sporten en daarom begonnen ben met Aikido en ook rust vind in het luisteren naar mijn omgeving en muziek, is dat wat ik ga maken komende periode gelinkt aan het vinden van rust? Een ervaring waarbij je even in het hier en nu kan zijn en je hoofd leeg maakt?

 

20190117 | Als onderdeel van het vak Oase zijn we gestart met de brainstormen over de eerste ideeën voor ons afstudeeronderzoek. Hoewel mijn hoofd eerst blanco leek te zijn bij de vraag om een mindmap en vervolgens onderzoeksvraag te maken, was ik toch instaat om woorden op te schrijven. Muziek, Rust, Beweging, Ritmisch/Continue, Simpel van buiten/Complex van binnen zijn woorden die te vinden zijn. Een beeld wat in mijn hoofd spookt is van een filmpje wat ik een paar dagen terug zag. Wat mij ook deed denken aan een werk van een medestudent een tijd terug. Een orgel like object wat te activeren is en vervolgens door beweging van de verschillende elementen een muzikale compositie maakt.

De combinatie tussen mechaniek en geluid spreekt mij zeer aan en ik besluit daarom mijn onderzoeksvraag voor OASE als volgt te formuleren:

“Hoe ontstaat een samenspel/harmonie/compositie?”

Mindmap & playtest

Hoewel ik nog niet zeker weet of ik daadwerkelijk een orgel like object ga bouwen en in hoeverre ik deze weg verder ga vervolgen lijkt het mij een goed begin om de eerste stappen te kunnen zetten. In de tweede OASE les test ik mijn vraag in 3 soortgelijke testjes met mijn klasgenoten. Het geven van regels d.m.v. briefjes met letters en de groepsactiviteit op zich worden positief ontvangen. De balans tussen samenspel vs. compositie lijkt de basis te worden voor mijn volgende stappen. Echter moet ik nog even een paar dagen te tijd nemen om hierover na te denken en in alle rust te feedback terug te luisteren en deze vervolgens te verwerken.

Hieronder de audio van deze testjes.

 

20190110 | Jeroen Lutters & Bas Haring hebben mij geïnspireerd met hun woorden. “Hoe spreekt een werk tegen jou en waarom?”, “Welk detail valt op en waardoor valt dit detail uit te toom?”, “Het uitstellen van het idee dat het máár een schilderij/ongeloof is “, “Iets wat je het gevoel geeft dit overkomt alleen mij. Dit gebeurt niemand.”, “Het openstaan voor toeval”, “Geraakt worden door je onderzoek, het onderzoeken in je eentje en je mag werken met de spaarzame middelen die je zelf hebt”, “Neem een kleine vraag die dicht bij jezelf ligt. De grote vragen zijn voor grote groepen.”, “Als iets te moeilijk is, hoe kan ik het dan zo leren dat ik het toch begrijp? Wat snap ik wel en hoe kan ik dit gebruiken” en tot slot “Het woord creatief vergeten en gewoon lekker aan de slag gaan”.

 

20190103 | Ik reflecteer om mijn ontwerpprocessen van de afgelopen jaren. Het valt mij op dat ik in vrijwel ieder project keuzes maak die door invloeden van buitenaf (bijv. feedback/druk om afronding) gevormd worden, waar ik achteraf totaal niet achter sta. Voorbeeld hiervan is het presenteren van een app tijdens het Automorphose project, terwijl mijn focus niet lag op het maken van een openbaar platform. Het ging over de ervaring van geluid en de omgeving waarin men zich bevind. Ander voorbeeld is het Shakespeare 2 project. Een van de testjes wekte de associatie van een (boot)zeil op. Hoewel ik het hier mee eens was kon ik er geen vorm mee vinden die tot diep in mijn eigen kern interesse opwekte, maar toch hingen er 3 ‘zeilen’ in de ruimte tijdens mijn eindpresentatie. Zelfs nu tijdens het Sencity project merk ik dat ik totaal niet zit te wachten op de techniek die is gebruikt in de ‘kijker’. Mijn doel was toch in eerst instantie om zo analoog mogelijk te zijn, hoe zijn we dan toch bij een ontwerp beland met veel kabels, 6 computers, NDI protocollen en lompe computerkasten die veel tijd en geld kosten om te maken dan de kijkers zelf? Waarom steek ik tijd in dingen die ik eigenlijk niet interessant vind en mij liever kwijt dan rijk zijn? Hoe kan ik deze situatie voorkomen?

 

20181221 | Naar aanleiding van een bezoek aan de solos van de hogere jaars schrijvers begon mijn hoofd overuren te draaien. Ik denk na over wat ik voorheen heb gemaakt en wat daar allemaal bij kwam kijken. Waarom en hoe maak ik de dingen die ik maak en waarom vind ik sommige werken van andere makers ‘goed’ of ‘slecht’? Wat maakt een werk bijzonder en hoe neem je mij mee in een ervaring en zet je mij tot iets aan? Hoe gebruik ik verschillende media en wat laat ik niet zien tijdens de presentatiemomenten?

Ook valt het mij op dat een tekstuele performance mij vaak vrij weinig doet en dat ik snel meer hoor dan luister. Echter wanneer er muziek (vaak akoestiek)  om de hoek kijken kan ik mijzelf beter focussen op wat er nou gezegd wordt en blijft mijn aandacht langer vast bij de performance.

Thomas stelde mij rond deze periode ook de vraag naar aanleiding van het opkomende afstuderen: “Je was eerder in de opleiding zoveel bezig met muziek en geluid, maar nu niet echt meer. Waarom?”. Daar had ik zo geen verklaring voor. Waarom heb ik dit eigenlijk in de kast gestopt?

 

20181203 | Afgelopen tijd heb ik ideeen die nooit van de grond zijn gekomen of gewoon interessant waren, maar nog geen verdere uitwerking hebben gekregen verzamelt in mijn boekje. Misschien zit er wel iets tussen wat ik kan gebruiken als startpunt voor mijn onderzoek.

“BIGGER, better, more” Is een quote die in mij opkwam en mij wel aanstaat. Misschien wordt het begrip groot wel mijn uitgangspunt. Wat is groot en wanneer is iets te groot? Een cool project wat in dit straatje past is het RedBall Project.  Ook gezien het feit dat dit project groot is met weinig middelen, namelijk een bal met lucht. Tevens heb ik de wens iets te maken wat tijd kost en wat ik niet van A tot Z kan verzinnen. Door onderzoek, stuntelen en cadeautjes vinden wil ik iets ontwikkelen.

20181129 |De klas wordt vandaag in een afstudeermeeting met Marloeke & Hans ingelicht over het proces van afstuderen. Wat zijn belangrijke data, personen, lessen en andere zaken die wij niet moeten vergeten om aan het einde van de rit met een diploma in onze handen te staan. Veel inspiratie en uitgedachte ideeën heb ik nog niet, mijn focus ligt nu nog op het afronden van het Sencity project.

Ik heb voor mijzelf een klein afstudeerboekje geregeld waarin gedachtes, ideeën, feedback en belangrijke opmerkingen genoteerd kunnen worden. 15cm x 15cm, ongelinieerd,  groen en met een luiaard op zowel de voor als achterkant van het boekje. Het beestje heeft zijn ogen gesloten en straalt met zijn houding rust en kalmte uit. Ik word er zelf ook rustig en kalm van en zo wil ik graag mijn afstudeer traject ingaan en blijven ervaren.